Vrijdag 11 mei 2012
DAAR WAS DE PERS !!!
Burgemeester van Rasquera Bernat Pellisa opent de eerste Hemp
Museum Gallery in Spanje
Carrer Ample 35 - Barcelona - woensdag 9 mei 2012
En terwijl boven de persconferentie
met de Cannabis Culture Award winnaars nog gaande was, stroomde de
smalle Carrer Ample wederom vol om naar Bernat Pellisa, burgemeester van Rasquera
te luisteren. Hij hield een gloedvol betoog voor legale Marihuana teelt, en
benadrukte weer eens hoe bizar het is dat alcoholgebruik onherstelbaar veel
ernstiger gevolgen kan hebben maar doodnormaal wordt gevonden in onze samenleving
- hoe is het mogelijk ! - terwijl op Cannabis een door de staat doelbewust gecreëerd
taboe rust. En dat het de hoogste tijd werd om eens heel anders tegen Marihuana
aan te gaan kijken.
We bevonden ons voor het wonderschoon in ere herstelde
Palau Mornau, in het hart van de oude stad,
en ik voorspel u: Van Barcelona begon de Victorie! En wel in deze straat, die
welwillend door de politie was afgezet vanwege de hoge gasten.
Eens was Nederland toonaangevend.
En zoals de Vlamingen ons voorbij streven wat hun liefde voor de Kunsten betreft,
zo doen de Cataloniërs dat nu met de Cannabis Cultuur. Ik citeer van internet,
trefwoord Rasquera:
World news
Spain
Spanish town of Rasquera leases land for marijuana plantation
Town's mayor says scheme, which is legal, is chance to bring in money and create jobs
Giles Tremlett in Madrid
guardian.co.uk, Thursday 1 March 2012 11.53 GMT
A marijuana plant
Spain’s cannabis clubs argue that if growing and possessing marijuana
for personal consumption is legal, then there is nothing illegal about forming
a club to that end.
A tiny Spanish country town believes it has found a way to make unemployment,
debt and economic crisis disappear in a puff of smoke – by leasing out
its land for marijuana plantations.
The town hall of Rasquera in Catalonia on Wednesday voted to sign a €1.3m
(£1.1m) agreement with a cannabis association in nearby Barcelona to plant
marijuana for its 5,000 members.
It will allow the association to plant on a seven-hectare stretch of town hall
land – roughly the size of 10 football pitches. "This is a chance
to bring in money and create jobs," explained mayor Bernat Pellisa of the
Catalan Republican Left party, as older townsfolk worried that he was turning
Rasquera into a drugs mecca.
Pellisa said he had sought
legal advice that the scheme, part of a set of "anticrisis" measures
passed at a packed town hall meeting, did not break Spain's ambiguous cannabis
laws.
"The produce will only go to members of the association and it won't all
be cannabis," he added. "There will be crop rotation with cereal and
sugarbeet."
The Barcelona Personal Use
Cannabis Association (ABCDA), part of a mushrooming movement of private marijuana
clubs in Spain, will pay the town €650,000 a year for the right to grow
its annual supply there. "Growing for oneself is not illegal, but this
is a delicate issue," explained lawyer Oriol Casals. Pellisa said the deal
would create up to 40 jobs and allow the town hall to pay off its €1.3m
debt in two years.
"There are five or six other projects in the wings," explained Pellisa.
They included supplying seeds to Spain's so-called grow shops, which are allowed
to sell them to people wishing to grow their own plants.
A second cannabis club with 7,000 members was due to meet Pellisa for talks
on Thursday. An alternative clinic for people with cancer was also being studied.
The deal will turn Rasquera, where local produce traditionally includes olives,
almonds and goats, into one of the biggest legal suppliers of cannabis in Europe.
Not everyone in town, which lies 90 miles (140km) south of Barcelona, likes
the idea. "This makes us the laughing stock of Catalonia," said secondary
schoolteacher Joan Farnós.
"It will lead our grandchildren to perdition," one elderly woman told
journalists.
But others saw a chance
to beat Spain's 23% unemployment rate and its fall back into recession. "I
haven't smoked since I did my military service, but I'd go and work planting
marijuana because I haven't had a job for two years," local farm labourer
Mario Amorós told El País.
Pellisa said he had informed the regional government of Catalonia, which runs
the local police, about the project. The government had told him it would consult
lawyers.
"We demand our own sovereignty on this," he added.
Spain's cannabis clubs argue that if growing and possessing marijuana for personal consumption is legal, then there is nothing illegal about forming a club to that end. "Cannabis use is an established and increasingly accepted reality in our society," explained Martin Barriuso, of the Basque cannabis federation. "Instead of turning our backs on this reality we think the reasonable thing to do is to find a way to regulate it, encouraging responsible use and making it difficult for adolescents to obtain."
"Our associations work on this basis … paying taxes, creating jobs and stopping people going to the black market," he added.
Rasquera's town hall has agreed to set up a committee to draw up protocols on "security and risk control", according to a draft of the contract with ABCDA.
Tot zover.
Dat noem ik veelbelovend. En na de speech van de burgemeester barstte het feest
los in het Palau Mornau. Ik weet niet hoeveel mensen aan deze opening hebben
gewerkt maar dat zijn er minstens honderd. Het was een feest op uitnodiging
en dat had een heerlijk effect. In elk van de schitterende kamers trof je wel
iemand die je kende al dan niet in gesprek met een Spanjaard. Zo'n beetje fifty-fifty,
want dat Museum - de droom van de Nederlander Ben Dronkers was realiteit geworden
- gaat een trefpunt worden voor cannabisten en bracht natuurlijk de eigen Spaanse
aanhang in.
Sir Richard Branson (Global Commission on Drug Policy)
neemt zijn prijs in ontvangst
uit handen van
Ben Dronkers - de beeldschone Spaanse Esther presenteert . . .
Lang niet iedereen paste in de salon waar de prijsuitreiking plaats vond, en daarom was overal elders live muziek, tot buiten aan toe. Het was een Fellini-feest in a very sophisticated way, als u begrijpt wat ik bedoel: de meest perfecte catering die ik ooit heb meegemaakt en een dermate homogeen gezelschap dat iedereen het met iedereen kon vinden ook al kende je elkaar niet.
's Ochtends waren we al
vroeg uit Amsterdam vertrokken, drie uur later ontbijten in Gilda,
een tentje van een Vlaming tegenover het Museum; het was afgehuurd voor deze
dagen. Daarna mochten we het Museum al bezichtigen dat gonsde van leven en laatste
puntjes op de i zetten.
Ik maakte een paar foto's en me toen snel uit de voeten . . .
. . . ik wilde niet in de weg lopen en dolgraag die stad in. Wat een ambiance bij iedere stap die ik zette. En na de Sagrada Familia, het never ending levenswerk van Antoni Gaudí (1852-1926) vervulde ik één mijner hartewensen: bovenop de Bus Turístic de blauwe, rode en groene route rijden die mij in drie uur de hele stad deed zien. Daar houd ik van: eerst weten waar je bent en dan de diepte in duiken. Ik moet dus terug, vooral voor Gaudí, de talloze musea en het strand - was er vroeger niet en werd aangelegd voor de Olympische Spelen van 1992 in verwaarloosd industrie gebied, dat het veld moest ruimen voor het Olympisch Dorp.
En het is waar: als je jong
een taal leert, vergeet je hem nooit meer. Ik was zestien en we zouden voorlopig
voor het laatst met ons voltallige gezin op grote vakantie gaan; mijn oudste
zusje had eindexamen gedaan en zou uitvliegen. Nog één grote reis
zouden wij met z'n zessen maken: vier weken rondtrekken in Spanje, eindigend
in een appartement aan zee. En het gelukkig toeval wilde dat in januari van
dat jaar een cursus Spaans werd gegeven op de televisie Vamos
a ver -
De cursus hebben wij en famille gevolgd en het zal voor mijn ouders
een genot zijn geweest hun dochters Spaans te horen spreken; en dat kan ik nu
nog. Om dat te vieren tracteerde ik mijzelf, voorafgaand aan de Ceremonie in
het Palau Mornau, op echte sangría . . .
Foto: de ober
De volgende dag wilde ik
een expositie van Goya zien, nam ik mij voor; er hingen affiches in de stad.
Francisco José de Goya y Lucientes (1746-1828) was a Spanish romantic
painter and printmaker regarded both as the last of the Old Masters and the
first of the moderns.
Gaudí's Park Güell zou er de volgende keer nog wel liggen en zijn
huizen nog wel staan.
Voor háár moest ik anders naar het Prado in Madrid, nu was zij
hier, La Maja vestida - ongekleed is zij nog mooier . . .

Ik kóm terug, al
ware het maar om me te laten registreren in de Smokersclub in dezelfde
straat en de jonge Chilenen te bezoeken die tien huizen verder in de Carrer
Ample een muziekcafé drijven en samen met alle middenstanders en buurtbewoners
vanavond zijn uitgenodigd voor een feestelijke kennismaking met het Imperium
van de familie Dronkers.
Zaterdag gaat het Museum dan officiëel open voor het publiek, dagelijks
van 11.00 tot 23.00 uur. Ook dit zal met een uitbundig feest gepaard gaan. Drie
maal scheepsrecht. Lang leve de kapitein!
Vrijdag 27 april 2012
WAAR WAS DE PERS ?


JA, WAAR WAS GODVERDOMME
DE PERS!!!!!!!!!! Hij vloekte niet, maar Ben Dronkers - de initiator van
de Cannabis Culture Awards en oprichter van het Hash Museum en nog veel
meer - sprak zijn ongenoegen uit over de altijd afwezige media als er iets
belangrijks gebeurt op dit front.
"Niet de politici, maar de media liegen ons al 75 jaar voor, en als
ze de kans krijgen maken ze jou het liefst belachelijk". Het Koos Koets
type heeft zelfs Clairy Polak een beetje bang gemaakt voor drugs; alsof
het imbeciele imago het enige is . . ! Ze zou toch beter moeten weten.
De zaal zat vol, maar er waren slechts drie serieuze journalisten, waaronder één Japanner.
Als de wereld - maar laten we maar beginnen met ons eigen land - een kijkje had mogen nemen op deze dag - op televisie - dan zouden zomaar een heleboel vooroordelen over drugs uit de weg kunnen worden geruimd. Niet alleen spraken hooggeplaatste, beschaafde mensen zich uit over decriminalisering van cannabis, laureaat Thorvald Stoltenberg (voormalig minister van Buitenlandse Zaken van Noorwegen, nu lid van de The Global Commission on Drug Policy) waagde zich aan de voorspelling:
"Cannabis zal in de toekomst even belangrijk worden als penicilline."

Vlnr: De laureaten
Frederick Polak en Thorvald Stoltenberg, Ben Dronkers en Dries van Agt,
awardwinnaar in 2009
Foto:
© Derrick Bergman / GONZO Media
Ook zou de opmerkelijke
televisiekijker hebben kunnen zien hoe uiterst professioneel deze hele dag
was georganiseerd, en daarmee bedoel ik met liefde en gevoel voor esthetiek
en decorum. Alles even stijvol en overal was aan gedacht op de vier locaties
die zouden worden aangedaan.
En vanwege onze Noorse eregast ging alles in het Engels.

Eerst een intieme lunch
voor genodigden, opdat zij die het programma gestalte zouden geven elkaar
konden leren kennen. Inmiddels stroomde de grote zaal van het Bethaniënklooster
vol, iedereen kreeg een gouden speld met een cannabisblad; om door de beveiliging
herkend te worden als behorend tot the gathering of the tribe. Users
en non-users.
Voormalig minister-president Mr. Dries van Agt reikte de prijzen uit,
een skype verbinding bracht Lester Grinspoon - eveneens laureaat - in ons
midden, Hanneke Groenteman interviewde en de zaal mocht vragen stellen.
De belangrijkste was wel: "Waarom voormalig presidenten niet tijdens
maar altijd pas na een belangrijke regeringsfunctie hun standpunten
over drugs zo radicaal wijzigen?"
Het antwoord luidde: "Now we can be a pressure group". In 1945
telde de United Nations 51 members, nu meer dan 200. Individuele landen
moeten eerst hun bevolking overtuigen vóór een wereldwijde
overeenkomst kan worden gesloten. En dat gaat nog lang duren. Maar:
"Never give up hope"

Foto: © Derrick Bergman / GONZO Media
En daar sloot het gedicht
dat ik zou voorlezen in de Museum Gallery naadloos op aan. Ik las The
Optimist Creed, het credo van de optimist, dat u kunt lezen op Simons
website www.simonvinkenoog.nl
onder de link Credo. Ooit vonden we deze tekst, een klein pamfletje eigenlijk,
op een muur geplakt in Boeda-Pest Hongarije; Simon weekte het los.
In de Gallery werden de collages onthuld die van iedere laureaat worden
gemaakt en bijgezet (ik miste die van Simon, 2008)!
De feestelijkheden verplaatsten zich vervolgens naar het Hash, Marihuana
& Hemp Museum . . .
. . . alwaar Hedy d'Ancona, voormalig minister van Cultuur, het vernieuwde Museum met een speech zou openen. Hierbij werd champagne geschonken en er mocht gerookt worden.
Vlnr:
Thorvald Stoltenberg, Shiva Sparenberg, Hanneke Groenteman, Ben Dronkers,
Aat Veldhoen aan Hedy's zijde
Foto:
© Derrick Bergman / GONZO Media
Thorvald Stoltenberg
zal heerlijke herinneringen koesteren aan dit bezoek. Hij moest zijn vliegtuig
halen. Opgetogen zei hij: "We komen terug! Dit moet mijn vrouw zien."
Dit was Amsterdam op z'n best.
Dát hadden die televisiekijkers kunnen zien: iets om trots op te
zijn. "WAR ON DRUGS ? Wat een geldverspilling, wat zijn we verkeerd
voorgelicht, waarom lees je zoiets nooit in de pers?" had de reactie
kunnen zijn. En zo zou een volk steeds minder angstig kunnen worden. DECRIMINALISEREN
- The war is over if you want it . . . (John Lennon).
Om u een indruk te geven van de indrukwekkende lijst members van de Global Commission on Drug Policy druk ik hem hieronder af. Laat zien aan ongelovige familie en vrienden! en neem ze mee naar het prachtige Marihuana Museum en de Hemp Gallery. Kunstwerken en gebruiksvoorwerpen laten zien hoe heilzaam en inspirerend Cannabis geweest is door de eeuwen heen. Niemand is te oud om te leren.
Global Commission on Drug Policy
The Global Commission on Drug Policy was a 19-person panel which issued an assessment in 2011 of the global War on Drugs, opening its report with "The global war on drugs has failed, with devastating consequences for individuals and societies around the world." The emphasis in drug policy on harsh law enforcement over four decades has not accomplished its goal of banishing drugs and had in fact had spawned wide, dramatic eruptions of violence, the report continued. By way of alternative, the GCDP report "advocates decriminalizing drug use by those who do no harm to others."
The commission was formed to "bring to the international level an informed, science-based discussion about humane and effective ways to reduce the harm caused by drugs to people and societies. [It built] on the successful experience of the Latin American Commission on Drugs and Democracy."
Membership of the GCDP Board was:
Asma Jahangir (Pakistan),
human rights activist, former United Nations Special Rapporteur on Arbitrary,
Extrajudicial and Summary Executions
Carlos Fuentes (Mexico), writer and public intellectual
César Gaviria (Colombia), former President of Colombia
Ernesto Zedillo (Mexico), former President of Mexico
Fernando Henrique Cardoso (Brazil), former President of Brazil (chair)
George Papandreou (Greece), former Prime Minister of Greece
George P. Shultz (United States), former Secretary of State (honorary chair)
Javier Solana (Spain), former European Union High Representative for the
Common Foreign and Security Policy
John C. Whitehead (United States), banker and civil servant, chair of the
World Trade Center Memorial
Kofi Annan ([Ghana), former Secretary-General
of the United Nations
Louise Arbour (Canada), former United Nations High Commissioner for Human
Rights, president of the International Crisis Group
Maria Cattaui (Switzerland), member of the Board, Petroplus Holdings; former
Secretary-General of the International Chamber of Commerce
Marion Caspers-Merk (Germany), former State Secretary at the Federal Ministry
of Health (Germany)
Mario Vargas Llosa (Peru]), writer and public intellectual, Nobel Prize
laureate
Michel Kazatchkine (France), executive director of the Global Fund to Fight
AIDS, Tuberculosis and Malaria
Paul Volcker (United States), former Chairman of the Federal Reserve and
of the Economic Recovery Advisory Board
Richard Branson (United Kingdom), entrepreneur, advocate for social causes,
founder of the Virgin Group, co-founder of The Elders
Ruth Dreifuss (Switzerland), former President of Switzerland and Minister
of Home Affairs
Thorvald Stoltenberg (Norway), former Minister
of Foreign Affairs and United Nations High Commissioner for Refugees[3]

En op 9 mei mag ik mee naar Barcelona, waar in het Palau Mornau, vlakbij de zee, een tweede Hemp Museum Gallery zal worden geopend - dat zit al 12 jaar in the pipeline en nu gaan we het zien!!!Het zal weer zinderen en hopelijk is de pers daar wat minder lauw. www.hempmuseumgallery.com
CANNABIS heeft de TOEKOMST - Wietpas? Weggegooid geld!
Woensdag 18 april 2012
De witte deur geeft toegang tot de herberg.
Op donderdag 12 april reed
ik met mijn vrienden Gerrit Mol en Remge Dobma naar Friesland voor een optreden
in Kunstcafé annex Beeldhouwcentrum BEIMEI, in de Hoofdstraat van Koudum,
gelegen tussen Workum en Stavoren. www.beimei.nl
Met bed&breakfast!
Mijn hart begint altijd sneller te kloppen als ik Friese bodem betreed, omdat
mijn voorvaderen daarvandaan komen. Ooit, in de Tweede Wereldoorlog (!), heeft
mijn vader de stamboom van het geslacht Ringnalda uitgeplozen die terugging
tot het jaar 1296. Grietmannen waren het, hoofd van rechtspraak en bestuur in
de driehoek Sneek-Abbega-IJlst, en later dominees en burgemeesters aldaar, allemaal,
tot aan mijn grootvader. Die vertrok voor Shell naar China, waar hij honorair-consul
werd en kinderen kreeg; mijn vader was de oudste zoon. Ik weet zeker dat ik
in mijn opvoeding de vruchten heb geplukt van zijn levensjaren in het Verre
Oosten: het gereformeerde juk heeft mijn vader op 22-jarige leeftijd afgesmeten
- oosterse wijsheid omhelsd en geïncorporeerd.
Hoe waren wij daar in Koudum verzeild geraakt? Het toeval wilde dat ik Fanny Hafkamp weer had ontmoet, een goede vriendin van Gerrit en Remge, die de Kunst verstaat een plaats te doordrenken met ziel&zaligheid. De perfecte herbergierster, in kookkunst en gastvrijheid, een vrouw met een visie, innovatief en inventief. Nooit zal ik 20 mei 2007 vergeten. Op die snikhete dag maakten de tuinders van Buitenzorg een uitstapje met de Artimobiel - een oude, rode Magic Bus - dat eindigde in de kop van Overijsel. Fanny bestierde toen Hotel-Restaurant De Rietlanden in Kalenberg en verhuurde fluisterbootjes (electrisch aangedreven roeiboten). In ongekende sprookjesstilte voeren wij met vier scheepjes door Nationaal Park De Weerribben, een wonderschoon, ongerept natuurgebied dat haar waterarmen voor ons opende.

Fluisterbootje in De Weerribben - 20 mei 2007
Plotseling werd de stilte, die ook wij in acht namen, opgeschrikt en bruut doorbroken door een ongelooflijk noodweer. Daar had niemand van ons 22-koppig gezelschap rekening mee gehouden en binnen tien minuten was iedereen totaal doorweekt. Maar wat geschiedde? Terugkomend bij restaurant De Rietlanden, waar we zouden eten, toverde Fanny met een grote grijns twee enorme zakken met droge kleding te voorschijn. Wij aarzelden geen seconde. Binnen de kortste keren stonden wij allen, middenin het restaurant, in behaatje en broekje, en vlogen droge kleren door de lucht . . . De hemel geeft, wie vangt die heeft. Simon kreeg een spijkerbroek toegeworpen, de eerste in zijn leven en hij kon niet dicht, maar wat kon dat schelen!!! Voor mij ving hij een linnen broek op en een vreemdsoortig hesje; beide draag ik op de tuin tot op de dag van vandaag, in warme herinnering aan dit schouwspel dat nóg op mijn netvlies staat. Ja, de natte kleren gingen mee naar huis - de droge mochten we houden. Dank je Fanny, voor deze onvergetelijke ervaring.
Terug naar Koudum. De
Rietlanden ging helaas failliet en na een enkele omzwerving was Fanny terechtgekomen
bij Herma Bovenkerk, een beeldend kunstenares oorspronkelijk uit het westen
des lands, die in Koudum een beeldhouwatelier was begonnen dat liep als een
trein. In 2010 kreeg zij de Friese Anjer van het Prins Bernhard Cultuurfonds
toegekend voor haar enorme verdienste voor Koudum en omgeving. Stimulerende
ontginning van onontgonnen gebied.
www.youtube.com/watch?v=tRZQkUL2Zoo
In de winkel, gelegen voor de twee ateliers, hout en stenen te
koop.
Voor haar cursisten had Herma de meest uiteenlopende workshops verzonnen - bijvoorbeeld iets maken voor oma's verjaardag en dan een hele familie een dag aan het werk zetten waar oma bij is - en daar hoorde natuurlijk een lunch bij. Van het een kwam het ander, de naastgelegen herberg werd overgenomen en Herma zocht iemand die er dezelfde levensfilosofie als zijzelf op na hield om die herberg nieuw leven in te blazen. En dat werd Fanny, driekwart jaar geleden; het klikte meteen. In de wintermaanden organiseerde zij culturele avonden in de herberg en omdat daar veel volk op afkwam, vroeg zij haar vrienden Gerrit Mol en Remge Dobma haar daarbij te assisteren in de keuken. Die vertelden op Buitenzorg, onze volkstuin, over deze kleurrijke gemeenschap en stelden mij voor daar een avond te verzorgen. Graag!
Fanny had mijn boek gelezen
en zelden ben ik zo goed begrepen als door haar, wat moge blijken uit het persbericht
dat zij schreef voor de BalksterCourant en de Bulte
Nijs DORPSKRANT
VAN KOUDUM
Edith Ringnalda over Simon
Vinkenoog
12 apr 2012
Tijd: 19:30
Plaats: Koudum
Lokatie: Kunstcafé BeiMei
Edith Ringnalda, de
vrouw met wie Simon Vinkenoog vele jaren getrouwd was, vertelt over haar leven
met hem en over zijn werk. Vanaf 19:30 uur zal zij te horen zijn. Entree bedraagt
€8,-. Vanaf 18:00 uur kunt u aanschuiven om met elkaar te genieten van
een heerlijk diner. Dit voor maar €10,- per persoon! Wanneer u mee wilt
eten is het voor de organisatie prettig als u zich van te voren aanmeldt. Dat
kan via info@beimei.nl of tel.: 0514-522676.
Edith was in de lente van 1987 zakelijk leider van Dogtroep, een internationaal
georiënteerd theatergezelschap. Prachtige baan. Simon kwam zij toen voor
het eerst tegen in café Scheltema, waar hun gemeenschappelijke vriendenkring
op vrijdagavond samenkwam.”Hij was mager en krom, met een baardje en een
staartje, een beetje eenzaam vond ik, maar naarmate we elkaar beter leerden
kennen vond ik hem ontzettend boeiend. Meestal viel ik op mannen vanwege hun
uiterlijk, niet om hun innerlijk. Maar iedere ontmoeting met hém werd
leuker en leuker." En Simon was gefascineerd. Al was hij gedeprimeerd door
scheidingsperikelen, Edith deed hem vlammen.
Tranen had Edith daarvoor gekend. Veel kortstondige, ongelukkige liefdes. Daarvan
had ze geleerd: “Liever heel alleen, dan half met z’n tweeën.”
Simon had al in 1954, haar geboortejaar, zijn liefdesverdriet uitgeschreven:
"Zolang te water."
Edith zag dit huwelijk als de grootste bevrijding in haar leven. Zij gaf haar
werk op om altijd bij hem te kunnen zijn; voor hem het mooiste huwelijksgeschenk.
“Ik wilde mezelf later nooit kunnen verwijten, dat ik te weinig van hem
had genoten."
's Middags om half twee kwamen wij aan en streken we neer op het terras van de herberg. Onverwacht stralend warm was het en toen begon het. We zouden met Fanny aan de koffie gaan, maar daar was ineens Roberto, een Italiaan die uit eigen land streekproducten importeerde en ons de lekkerste hapjes en wijnen liet proeven. Eigenlijk om Fanny te verleiden in te kopen voor het restaurant, maar ook wij lieten ons niet onbetuigd. En terwijl wij daar in de zon zaten te genieten, kwam de een na de ander even langs om een praatje te maken met Fanny, die een ieder attendeerde op mijn lezing van die avond. Lou, gepensioneerd advocaat uit Amsterdam, Jan Tiemen Leeuwis, kunstschilder, Arnaud en Gerda, beeldend kunstenaars en Ties, de hoofdonderwijzer in het dorp, die kwam afzeggen omdat zijn muzikantenvrienden des avonds bij hem zouden komen repeteren, waarop Fanny zei: 'Dan neem je ze toch mee!' En dat gebeurde dan ook. In de pauze van mijn optreden kwam hij even langsfietsen om te zeggen dat de jongens er zin in hadden, zodat na afloop gedanst werd en gezongen, evergreens die wij allen kenden. Halverwege tunede banjospeler Johan Keus nog in die een kado voor mij bij zich had en daarvoor de muziek even stillegde en daarna ging het los! (op z'n Duits). Zo gaat het toe in de pubs in Ierland, Engeland, Schotland, dacht ik, maar bij ons dus ook! Ik had het heerlijke gevoel vrienden voor het leven te hebben gemaakt deze avond in Kunstcafé BEIMEI. Het was een feest dat diep in de nacht eindigde bij de openhaard op het terras; aan alles is hier gedacht. Dank, lieve mensen. Ik kom zeker terug.
Koudum heeft zich ontpopt tot toeristische trekpleister. Bedreigd door leegloop sloeg de winkeliersvereniging de handen ineen, wist financiers te bewegen een villawijkje aan de rand van het dorp aan te leggen en van de winst uit die huizenverkoop het dorp te verfraaien. In 2006 werd Koudum winnaar van de Europese dorpsvernieuwingsprijs uit 31 genomineerde dorpen uit 11 Europese landen. Ja werkelijk alles is er, in de Hoofdstraat van dit dorp van 2687 inwoners. Een boekhandel, een Chinees-indisch restaurant(!), een banketbakker, een slager, een voortreffelijke viswinkel (we roken tijdens een wandelingetje in het dorp de palingrokerij), een supermarkt (tot 20.00 uur open), een bloemenwinkel, kledingwinkel, schoenenwinkel, nog even de Friese Bank, brocantes, een jachthaventje, een Welkoop, twee maal per week markt op dinsdag en vrijdag, en, treffend, een heel aantal snoezige kerkjes, alle van een andere protestantse geloofsgemeenschap.
De volgende ochtend was
ik vroeg wakker en zag hoe het café-restaurant weer vol stroomde met
creatievelingen vanuit de wijde omtrek die van een Servische beeldhouwer les
zouden krijgen in houtbewerken. Ik voelde mij zeldzaam thuis in deze contreien
en natuurlijk komt dat in de eerste plaats door de mensen: open, hartelijk,
interessant en gedreven. Mensen met een missie.
Om twaalf uur stipt vertrokken wij gedrieën weer naar Amsterdam, via de
pittoreske route door Gaasterland, met zijn oude bossen, boerderijen en uitgestrekte
velden met zicht op de Zuiderzee.
Vrijdag 30 maart 2012

Eugène Brands zittend op de vensterbank van zijn huis
aan de Oudezijds Voorburgwal 86, Amsterdam 1945
foto Frits Lemaire
Van een goeie bijeenkomst
krijg je altijd knetter veel energie. Het betrof vanmiddag een onthulling
van totaal onbekend, surrealistisch getint proza en dito dito poëzie
- daterend van ver voor de Vijftigers - van de Cobra schilder Eugène
Brands (1913- 2002), een subtiel en optimistisch mens.
Naast Constant was hij mijn grote favoriet, zijn tijd ver vooruit, een kenmerk
van autodidacten.
Die hebben een authenticiteit en een genie waar een 'gestudeerd' mens helaas
nooit aan zal kunnen tippen; een enkeling niet te na gesproken. Simon, Remco,
Gerrit, Lucebert, Hugo, Bert, Johnny - van hen weet ik het zeker: geen opleiding
en daarom uniek. Het putten vanuit het pure zelf, niet gestuurd, beïnvloed
of belemmerd. Vrije geesten die hun eigen spoor en plan trekken door de wereld,
wars van houvast van huis uit, trouw aan en overtuigd van zichzelf.
Ik heb Eugène Brands ooit bij hem en zijn vrouw Toos thuis mogen ontmoeten,
aan Simons zijde - dat spreekt vanzelf - en op de film die werd vertoond vanmiddag
ondergingen wij hem, een uiterst aantrekkelijk, begeistert man.
"Wie zich zijn eigen weg baant door de wereld, hoort in het leven eens
zijn eigen lied" is een tekstregel van Adriaan Roland Holst (?) die Simon
altijd debiteerde nog voor wij het station van Eindhoven verlieten; gebeiteld
in steen boven een der ingangen. En zo is het.
God, wat ben ik door Simon gevormd en opgevoed in de literatuur - ìk
was de doctorandus, maar hìj was de universele alweter; zoveel meer
waard, want voortkomend uit de diepste hunkering naar kennis. En wat een mensen
heb ik door hem mogen leren kennen. Ik kan hen mijn vrienden noemen en dat
doe ik ook. Vanmiddag kuste of groette ik van harte: Frida en Laurens van
Krevelen, als Laurens Vancrevel dichter, toelichter en uitgever van Brumes
Blondes, een serie boeken over mensen die ertoe doen. Hij gaf ook Hartslag,
verkenningen van een experimenteel 1949-1960 uit, drie weken voor Simons
dood, zijn laatste boek en tevens zijn begin als schrijver in Parijs, eigenwijsneus.

Nono Reinhold en Tenny
Frank aan weerskanten van mij gezeten, tezamen de drie gratiën vormend,
weduwen en muzen van onze grote geliefden. Piet Calis, die mij op het Boekenbal
al beloofde zijn onlangs verschenen Literaire vriendschappen te sturen,
en nu nog eens (Piet!). De 88-jarige Thea Schierbeek, nog altijd zelfstandig
van de partij, een 80-jarig stuk (ik weet helaas niet hoe je voornaam luidt,
maar ik ken je al heel lang van zien), de op Cobra gepromoveerde Willemijn
Stokvis, die een fantastische verhandeling hield op grond van haar vondsten
- een speurneus pur sang - moeder van de topmuzikanten Pablo en Jos de Haas,
die ik ken uit mijn Dogtroep verleden.
Dierbare oude vrienden Nico Koster, Dorothy en Lex Schrama, Toos en Eugénie
Brands, H.C. ten Berge, dichter die met ons in Zuid-Afrika was in 1996, Karel
Eykman, die mij op Kiki de Haas z'n verjaardag complimenteerde met mijn boek,
het in mijn voordeel vergelijkend met ... u weet wel.
Ik voelde me met velen verwant en dat deed mij zielsveel goed.
Een en ander speelde zich af in het academisch-cultureel centrum Spui 25 te
Amsterdam, waar twee bijzondere uitgaven het licht zagen: Eugène
Brands, Sterrenbeelden in het zand. Gedichten 1938-1946 en
Eugène Brands, Het sterffeest en ander dichterlijk proza 1938-1948.
Niemand van zijn later beroemde vrienden heeft ooit geweten van zijn
ongebreideld schrijflusttalent - zelfs zijn vrouw niet - behalve die ene onbekende,
die een halve eeuw lang een grote schat onder zijn vleugels had. Vandaag uitgevlogen,
door de dood ontsloten en door levenden omarmd.

Eugène Brands met zelfgemaakt masker ca. 1947 - uit
Collages en Assemblages
Aan Eugénie, 1954 uit
Werk op papier
Tevoren had ik even op de vrijdagse Boekenmarkt op het Spui gegrasduind, wat een weelde, het Verzameld werk van Franz Kafka in één band van Querido aangeschaft, MCMLXXVII (daar moest ik Simon dan mee helpen), om van A tot Z te lezen als het deze zomer langdurig gaat regenen! Liever niet natuurlijk, maar Franz zal eraan geloven. Alle tijd . . .
Eugène Brands The source of light 1991 - uit Schilderijen
Niet dat mijn vorige uitstapjes niet noemenswaardig waren, maar deze vrijdag in eenzaamheid, na een verrukkelijk, groots samenzijn met gelijkgezinden, riep mij tot de orde: het gaat mij goed, dat wilde ik u even laten weten. Als ik omringd word door zulk een spirituele kwaliteit - en dat in alle opzichten eigenlijk voortdurend - kan ik niet anders dan volmaakt gelukkig zijn - Alleen.
Vrijdag 24 februari 2012

Constantin Brancusi - LA COLONNE SANS FIN - 1937
Eigenlijk denk ik voortdurend
aan onze koningin, die ik hoogacht, en aan haar familie.
Vele Nederlanders die ooit een dramatisch verlies hebben geleden zullen nog
directer bij haar betrokken zijn, omdat zij kunnen voelen wat Beatrix als
moeder doormaakt en Mabel als echtgenote. Het voelt als een onverbiddelijk
'schaakmat'.
De kans is uiterst gering zo niet nihil dat prins Friso ooit nog uit zijn
coma ontwaakt. Dit werd zojuist op een persconferentie in Innsbruck door zijn
behandelend geneesheer Wolfgang Koller, hoofd van de trauma-intensive care,
bekendgemaakt.
Ik wens maar één ding voor onze koninklijke familie: dat zij
kracht put uit haar geloof in God.
Dinsdag 31 januari 2012
Overladen met geschenken keerde ik zondagavond huiswaarts
Afgelopen weekend viel ik meerdere malen met mijn neus in de
boter bij onze Zuiderburen.
Het was mij al eerder opgevallen: hun culturele beschaving en individuele
bevlogenheid gaat de onze inmiddels verre te boven. De wet van de remmende
voorsprong geldt zeker waar het de Kunsten betreft. De Vlamingen hebben een
geheugen voor helden, waar wij de doden graag zo snel mogelijk vergeten. Ik
zie dit wellicht door een gekleurde bril, maar feit is dat de maand februari
in het teken staat van Simon Vinkenoog, in minstens 5 dorpen en steden in
Vlaanderen.

Het begon zaterdagmiddag in Harelbeke waar het op 9 mei 2009
voor Simon eindigde: zijn allerlaatste publieke optreden vond plaats in de
bibliotheek aldaar. Er zijn van die mensen die een hele regio cultureel op
sleeptouw nemen en bibliothecaris Jan van Herreweghe is er één
van.
Met ongelooflijk veel liefde, visie en nauwkeurigheid had hij een overdonderend
mooie expositie samengesteld van Simons beeldend werk en allerlei parafernalia
die ik hem in december had meegegeven: van beenwarmers met de Amsterdamse
vlag tot ridderorde van Oranje-Nassau.
Ook de boekjes van rijstpapier die hij vlak voor zijn dood in het revalidatiecentrum
maakte en beschreef ( 'Overleven is de moed niet verliezen') en zijn
allerlaatste woorden op de allerlaatste bladzijde van zijn moleskine-dagboek
( ... en nu met Edith nog - - - ) heb ik Jan toevertrouwd en dat
doe je alleen aan een vriend. Want zo bijzonder is het: ik heb waarachtig
veel echte, trouwe vrienden in heel Vlaanderen.
Jan van Herreweghe (l) en meester-drukker Jos Brabants
Het leuke aan een functie op niveau is dat je zoveel meer kunt
doen dan er van je verwacht wordt. Het nuttige met het aangename verenigen!
Als het eerste op rolletjes loopt, kan je de teugels laten vieren - de paardjes
doen het werk - en je wijden aan het aangename, je eigenlijke passie die in
het verlengde van je werk ligt. Jan had het dan ook niet alleen bij Simon
gelaten.
Op dezelfde dag vond in een stadspark de onthulling plaats van het gedicht
Kalle van de Nederlandse Tjitske Jansen. Zij had vorig jaar de opdracht
gekregen een gedicht te schrijven over Harelbeke en was uitgekomen bij de
mythologische figuur Kalle met de Haak, in een sketch ter plekke voortreffelijk
verbeeld door zeven leerlingen van de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord
en Dans.
Tjitske leest voor, met naast zich de trotse schepen van cultuur
Rik Pattyn
Heerlijk, je verzekerd te weten van gezagdragers als Rik Pattyn die geven om de parels in hun gemeenschap, in casu Jan van Herreweghe. Ik zou er een ketting van willen rijgen, ware het niet dat Jan een solitaire diamant is, die Harelbeke doet schitteren in mijn ogen.
's Avonds gingen we naar een optreden van Tjitske in de bibliotheek
van het nabijgelegen Menen en tegen 22.30 uur voerde Jos Brabants mij mee
terug naar Gent, een van mijn lievelingssteden.
Daar wachtte mij een grote verrassing. Ik wist dat ik zou logeren op een mij
bekend superadres - Galerie Link van Wouter de Bruycker in de Kwaadham - maar
niet dat er op steenworp afstand voor de tweede keer een Lichtfestival
werd gehouden. Op tien locaties hadden kunstenaars zich losgelaten en uitgeleefd
op Licht, en zo belandde ik tussen de 200.000 mensen die alleen al op zaterdagavond
tussen 18.00 en 24.00 uur van dit schouwspel kwamen genieten. Midden in de
nacht was het daar drukker op straat dan bij ons de Kalverstraat op zaterdagmiddag.
Een feest!
Zo werd de Sint Jacobskerk psychedelisch bewegend kantwerk
- de Belfortstraat was een paleis van gekleurd licht.
De kou dreef mij tenslotte naar huis, naar mijn 'eigen kamer' met uitzicht op de toren van de Sint Baafskathedraal. Het duurde een poosje alvorens ik mijzelf in Morpheus' armen kon dwingen. Morgen zou immers feestelijk worden voortgezet . . . en ik moest in vorm zijn.
(Wordt zo meteen vervolgd)
Dinsdag 31 januari 2012 vervolg
Zondag zou in het teken staan van de 40-jarige vriendschap
tussen Simon en beeldend kunstenaar Bert de Keyser, Brusselaar en op dezelfde
dag als Simon verjarend, 18 juli.
Het Herman Teirlinckhuis, gemeentelijk museum en galerie van Beersel,
bood onderdak aan een duo-tentoonstelling van Simon en Bert temidden van
de permanente collectie. We werden om 14.00 uur verwacht.
Jos Brabants - maker van de liefdesfoliant AARDSE
ZEKERHEDEN - was mij om 11.30 uur weer komen halen. Zijn vrouw Hilde
had voor een drie-gangen droomlunch gezorgd met uitzicht op de tuin en een
Chablis in de hand. Tussen hoofdgerecht en dessert was er tijd
om eindelijk Jos' atelier te bezoeken, waar bovengenoemd kunstwerk letter
voor letter met de hand is gezet . . .
In Aardse Zekerheden staan tekeningen van Simon door
Bert de Keyser. De cirkel is weer rond, en zo begaven wij ons gedrieën,
na laving en lessing, op weg naar het Kasteel van Beersel, ooit een hoofdrol
spelend in een Kuifje.
Bert, die iedereen in de omgeving van Brussel kent, had de burgemeester
van Beersel bereid gevonden om ons - vóór de opening van de
tentoonstelling om 16.00 uur - een privé-rondleiding te geven in
dit voor Europa unieke kasteel. Zulke uitstapjes behoren tot mijn top-drie,
en inderdaad, burgemeester Hugo Casaer stond ons bij de ingang op te wachten.
Eerst liet hij ons - in een educatieve bouwkeet vol letterlijk uit het water
geviste potscherven en gebruiksvoorwerpen, uitgestald op wit zand - een
drie-dimensionale film zien over de reconstructie van dit 13de-eeuwse kasteel
dat bestaat uit drie torens . . .
Maquette van het Kasteel van Beersel
. . . De passie waarmee deze 75-jarige (!) tijdens de rondleiding vertelde hoe hij 25 jaar geleden voorzichtig begonnen was met goodwill kweken voor dit reusachtige restauratieproject, verwarmde mijn hart . . . na afloop mocht ik 'Hugo' zeggen. Ook een eenling die een gemeenschap draagt. Alsemberg - Beersel - Dworp - Huizingen - Lot: jullie zijn gezegend met zo'n burgemeester, een lot uit de loterij!!!
Het Herman Teirlinckhuis
Aan tafel met hoed Bert de Keyser genietend van het fenomenale
uitzicht op Brussel
Een groot gezelschap stroomde toe, waarschijnlijk wetende
van de royale ontvangst met wijnen, bieren uit de streek - ik stortte me
weer op Kriek, huisgemaakte cake en wafels, kazen en worst.
De huiselijke ambiance verleidde eenieder met elkaar in gesprek te geraken,
de huismeester gaf mij het woord dat ik daarna aan burgemeester Hugo overdroeg
en hij op zijn beurt weer aan Guido Lauwaert die met Simon in gesprek ging
. . . en het werd later en later . . .
Ook mijn volgende gastvrouw en gastheer waren gekomen, vriend en dichter Roger de Neef en zijn vrouw Constance van den Wijngaert, die drie lezingen voor mij heeft georganiseerd in Leuven Centraal - een gevangenis (13-2), de bibliotheek van Kortenberg (14-2) en boekhandel De Zondvloed in Mechelen (16-2). Ik verheug me: over 14 dagen bevind ik mij daar zalig middenin.
Bij het weggaan kreeg ik een mand mee vol heerlijks uit de streek - de burgemeester stopte er ook nog twee Beerselse glazen bij - bonbons, een boek en een prachtige ets van Kris Vanhemelrijck. Ik voelde mij de koning te rijk toen Hugo, de burgemeester himself, mij naar het station bracht, Brussel-Midi, rechtstreeks naar Amsterdam. Vrienden, jullie zijn mij zo lief . . .
Maandag 2 januari 2012
***!**!*! GELUKKIG NIEUWJAAR !*!**!***
Nee, dit is niet een opgetogen
Nieuwjaarsduik in Scheveningen - ieder jaar een verrukkelijk schouwspel
- daar is het licht niet naar. Maar dit is wel mijn moeder in de Middelandse
Zee, mijn moeder met wie ik in Scheveningen Oud&Nieuw heb doorgebracht.
Wij, getweeën, het voelde als één, heel vertrouwd.
Op Oudejaarsavond was ik vruchteloos op zoek naar iets leuks voor ons beiden
op televisie - mijn moeder is scherp van zien maar kort van memorie. Animal
Planet waar wij dolgraag naar kijken had het veld moeten ruimen voor
Commerciële Amerikaanse Onzin en dat wou ik ons niet aandoen. Maar op
de Nederlanden viel nog veel meer aan te merken: Helemaal Niets! Ik troostte
ons door te zeggen dat 'iedereen nu aan tafel zit en dan kijkt er niemand!'
Wij zaten niet aan tafel want mijn moeder had geen honger en dat respecteer
ik. Dan eten we ons heerlijk Oudjaarsdinertje op Nieuwjaarsavond, ook goed!
Deze televisieavond was aan ons niet besteed - had ik helaas moeten constateren,
en na Youp viel ik van verveling even in slaap. Daar had ik voor gevreesd:
dat ik om 00.00 uur niemand dan een diepslapende moeder zou kunnen omhelzen.
Het vuurwerk waar ik zoveel van houd zou ik zeker niet live uiteen
zien spatten aan de Amstel; dat wist ik op voorhand . . .
00.05 uur 2012 - ik schrik
wakker van mijn mobieltje in mijn broekzak: mijn zusje Else die ons een gelukkig
nieuwjaar komt wensen. Ik beantwoord haar geste en geef haar mijn moeder die
zegt: ' . . . Ik wist niet of ik haar wakker zou maken om twaalf uur, want
ik zag de klok niet'.
Nee, we zaten kennelijk op de verkeerde zender! Later heb ik op Nederland
1 wel nog waanzinnig genoten van een komisch zangduo bij Paul de Leeuw met
een satire op de zirtaki! Dat kan een hit worden!!! Hun namen zijn
mij ontschoten maar hun tekst niet.
Bedankt jongens!!!
En voor wie zich ooit
heeft afgevraagd waarom ik onderteken met Omhelsd, je Edith ?
Dat heb ik van háár natuurlijk! Mijn innig lieve moeder Else
heeft mij een schitterend voorbeeld gegeven in hoe je met het leven moet omgaan.
Oneindig bedankt Ma, je hebt me gemaakt. Omhelsd, je E

Achterkant foto, Camargue 1964 - Jaren
later van deze tekst voorzien.
Zondag 18 december 2011

In de tram op weg naar
Anne Vegter brak ter hoogte van de Heinekenbrouwerij bij het Weteringcircuit
de zon door. Stralend, heel even, een knipoog aan een verder donker bewolkte
hemel. Simon, dacht ik! God is niet gek, dacht ik, en wist dat ik deze drie
laatste woorden nog even in mijn gesproken column van vanmiddag moest verwerken.
Het was wat mij betreft een zeer dierbare middag. Ik verlangde ernaar de stem
te horen van de dichteres wier gedichten mij bij lezing diep hadden geraakt.
Dat overkomt mij niet zo vaak en dat is omdat ik in mijn leven veel meer poëzie
gehoord dan gelezen heb. Daar moet ik iets aan gaan doen!
Tien jaar lang was Simon jurylid in eetcafé Festina Lente waar
maandelijks een Poetry slam werd gehouden. We waren altijd present, ja het
was een der hoogtepunten in de maand, altijd weer.
Jonge dichters horen, twaalf per avond en de talenten eruit pikken en je daar
nooit meer in vergissen als je 'van poëzie bent doordesemd'.
Tien jaar lang heeft Simon 'om niet' een poëzieworkshop geënthousiasmeerd
bij ons in de buurt. Die ging zelfs in de zomer door, iedere maandag in buurthuis
De Klus. Eens zijn redding, en toen hij mij vond, mocht ik de laatste vijf
jaar met hem delen. Vijfendertig mensen soms, die allemaal twee keer per avond
in tien minuten een gedicht schreven op een door Simon opgegeven thema, èn
dat ook allemaal voorlazen. Het werd opgenomen op een bandrecorder: dat was
part of the fun.
Nou, dat was ik vanmiddag ook. Samen met meestermusicus Jan Klug en creatiefcriticus Piet Gerbrandy zetten wij vanmiddag een raamwerk op waarbinnen dionysischdichter Anne Vegter glorieus naarbuiten kon treden. Piet mocht een college wijden aan één gedicht, ik een gesproken column aan één woord en Jan maakte de onderbuikgevoelens wakker. Presentatrice Petra Possel interviewde en sprak aan. En dit alles in een overdonderend mooi nieuw cultureel centrum De Nieuwe Liefde op de Da Costakade in Amsterdam West. Daar gaan we meer van horen. Ze hebben onlangs een binnenhuis(vermoedik)architectuurprijs welverdiend ontvangen.
Jan, Anne en Mirjam van Hengel, redacteur bij Uitgeverij Querido
- Na afloop voldaan!!!
Iemand vroeg na afloop om mijn tekst en die is te mooi om hem u te onthouden. Daar gaat ie:
ANNE VEGTER – Eiland, berg, gletsjer
MET VUUR SPELEN
In het gedicht All
stars staat het woord ‘risicococktail’.
. . Ik zag het voor me.
Even verwijlden mijn gedachten bij een spannende mix van drank en drugs,
au fond genotmiddelen, maar een risico in zich bergend met soms fatale afloop.
Nee, dacht ik, geef de
middelen niet de schuld! De mens zelf - dat vat vol tegenstrijdigheden - is
de risicococktail bij uitstek! Te beginnen bij de conceptie: men neme 1 eicel,
voege daarbij miljoenen zaadcellen, even shaken, en na negen maanden moet
je maar afwachten hoe die smaakt!
Zoet, als de vrucht in liefde verwekt en gewenst is. Bitterzoet
als de eens begeerde vader op de vlucht is geslagen en je niet samen kunt
proeven. Of . . . Bitter-brut . . . de wrange smaak in je mond -
die na een verkrachting nooit meer verdwijnt. Eicel + zaadcel = risicococktail.
Dat is de wet van de Natuur.
Maar voordat we überhaupt van deze cocktail kunnen drinken, moet er nog heel wat gebeuren! Tijdens het gisten (zijn we misschien een meerling?), tijdens het distilleren (zijn we misschien homosexueel?), of tijdens het rijpingsproces dat al dan niet wordt afgerond of afgebroken (ben ik een rotte appel of een wonderkind, een zorgenkind of zondagskind?). Het wordt je zomaar in de schoot geworpen, een Godsgeschenk . . . of niet. En hoe voelt de draagster van het vruchtwater zich intussen? Himmelhoch jauchzend of zum Tode betrübt - dat beïnvloedt de smaak!
De oorsprong van de ingrediënten is eveneens van levensbelang. Aan de vruchten herkent men de boom, noem het erfelijke belasting. Was de boom sterk en gezond of aangetast door plagen, onzichtbare weeffoutjes tijdelijk verheeld?
Dat weten we pas later,
als het water is gebroken en de baby zich een weg baant, door een veel te
nauwe tunnel, dat is asking for trouble voor moeder en kind.
Vader is even buiten beeld . . .
Als het goed is afgelopen ontkurkt men de bubbels en met de baby aan de borst
wordt getoast op nieuw leven. Daar is heldenmoed voor nodig, want ook al noemt
men het ‘normaal’ - een kind verwekken is geen kunst – het
is en blijft een risicococktail met alle abnormale scenario’s van dien.
Je zal toch maar de ouders zijn van . . . Anders, Kevin, Tristan . . . KAPOT
En waarom scheiden zoveel
mensen? (Bij dat woord denk je altijd meteen aan de kinderen).
Wist u bijvoorbeeld dat de Neus van een vrouw haar partnerkeuze bepaalt? Het
reukorgaan leidt haar feilloos naar diegene met wie de kans op sterk nageslacht
het grootst is. Maar - als een vrouw de Pil gebruikt, ruikt zij heel anders
en valt zij vaak voor de verkeerde man. Daar komt narigheid van!
Verliefd, verloofd, getrouwd, gescheiden . . . En de koters verhuizen mee
of blijven achter. Of worden in deeltijd stierlijk verwend om de schade te
beperken, want pijn doet het!
Zijn we verdwaasd en verdwaald,
of gewoon slachtoffer van een Oude Natuurwet in een Nieuwe Tijd, waarin langdurige
monogamie on-natuurlijk is?
De bijna onontkoombare drang tot voortplanting drijft velen het huwelijk in.
Vrouw of man - dat is om het even. En als je aan je verplichtingen hebt voldaan
. . . begin je gewoon weer van voren af aan. Dat heet ‘met je tijd meegaan’.
L’histoire se répète - en daar is weer die keuze
uit talloos veel miljoenen:
Welke risicococktail zal ik nu eens achteroverslaan?
Maar waarom zijn ze niet
bij elkaar gebleven? Was het zó erg? En wát was er zo erg? Moest
je uiteindelijk kotsen van die cocktail?
Dit wordt geen vrolijke opsomming en de lijst is verre van volledig. Liefde?
Hebt u wel eens een Narcissus in huis gehad – collected, calm,
maar bovenal killing koel?
Of een Sadomasochist die je met zoetgevooisde stem de afgrond in praat? Prins
op het zwarte paard. Vergif.
En dan is er nog de potentiële Zelfmoordenaar, al dan niet de daad tot
het eind volvoerend: van een brug afgesprongen, een strop om een hals aan
een boom of een balk, dan moet je wel radeloos zijn. . . . Had hij een keus?
Ik ben geneigd te denken van niet. De meest bizarre weeffout in een levenspatroon
is het zó ondraaglijk lijden aan het bestaan, dat onherroepelijk moet
worden afgehaakt . . .
Zo erg is het nog net
niet met de Psychopaat . . . Verknipt, geknakt, gebroken, of de Schizofreen.
Maar je wéét het niet, en het duurt soms een poosje alvorens
de ware aard zich openbaart: gespleten - en geslepen genoeg om ons lang te
misleiden, want je houdt zo van hem . . . van die charmante Pathologische
Leugenaar. . . Man of vrouw – dat is om het even.
Soms zijn we ‘Verliefd op de begeerte en niet op de
begeerde!’ is een wijze les van Friedrich Nietzsche
in dezen, om onze obsessies en mislukkingen te verklaren.
*
* *
Edoch, het kan ook volmaakt zijn. God is niet gek: De
Grote Liefde bestaat wel degelijk !
Die witte raaf vliegt ergens rond en als je geduld én geluk hebt, kom
je hem tegen. De Ware Wederhelft, je moet er klaar voor zijn. En dan ben je
weer één met z’n tweeën! Heel vertrouwd, heel nabij,
heel oneindig. Ongedeeld Samen.
Zo kan het ook, met dank aan de Goden. Ik heb de risicococktail tot op de
bodem geledigd. Heerlijk!
Mensch durf te drinken. Wees niet bang.
Het gaat om de levenskunst van de Volledige Overgave, met open vizier, in
het volste vertrouwen op de eigen intuïtie. Voorzichtig, dat wel, het
glas kan zo breken, dat is het risico, maar laat deze cocktail niet aan u
voorbij gaan, op straffe van een gemist gelukkig leven!
Zondag 18 december 2011
Dinsdag 13 december 2011
%20copy1.jpg)
Foto: René Louman
We droegen allemaal iets
op ons hoofd: hoed, (punt)muts, sieraad, pet of pruik, kennelijk het ultieme
attribuut voor een verkleedfeest; het was geen bal masqué, daar heb je
meer mensen voor nodig. Eindelijk was het dan zover: we werden zaterdag in Het
Clubhuis op Buitenzorg verwacht in 'your most Outragious Fantasy' wat menigeen
moet hebben afgeschrikt, want we waren maar met z'n zeventienen en meestal komen
er wel dertig tuinders af op een winterdiner.
Aanvankelijk had ik als man verkleed willen gaan in Simons witte, wollen koningsjelaba
uit Marrakech, maar mijn zwarte opplaksnor bleef niet zitten; na twintig jaar
had die zijn kleefkracht verloren en bovendien was dat eigenlijk niet eens mijn
wildste fantasie. Dat was toch meer een outfit uit de roaring twenties
en die had ik ook, al heel lang in mijn bezit, want ik heb mijn hele leven gehouden
van verkleedpartijen!

Laat op de avond genomen; mijn fototoestel deed het nog als enige
. . .
Ons bonte gezelschap bestond uit een Spaanse Brabander, een Tovenaar, een Hofnar, een Hippie, een Chirurg, een Vogelnestje, een Zeerover, een Zeemeermin, een English Gentleman, een Tuin, een Lekker Hapje, een Zwever, een Blauwe, een Madame, Vita Sackville West, Roaring Twenties, maar de grootste troef had gangmaker Remge Dobma in handen, getransformeerd tot buitengewoon aantrekkelijke existentialiste, gelijkend op Françoise Hardy maar dan met rooie lippen.
bew2.jpg)
Foto: René Louman

Foto: Cristi Kluivers
En zo zagen Simon en ik eruit op het jaarlijkse 28 december feest in Paradiso ten tijde van het uitbreken van de Perzische Golfoorlog in 1990. We spraken Engels en werden gemeden als de pest: onze vrienden herkenden ons niet tot Simons grote verdriet; talkative als ie was! Ik voelde me heerlijk als man, was in deze vermomming de oudste van ons tweeën - op de valreep hadden we gewisseld van bril-neus-snor - en speelde de baas. Midden in de nacht wisselden we nog even van 'masker', maar toen ook dat niet meer werd opgemerkt door de hossende, feestende meute ontmaskerden wij ons zelf, veranderden op slag in een beeldschoon bedouïne-koningspaar en omhelsden vol vreugde onze verbaasde vrienden. Een feest om nooit meer te vergeten.

Kent u hem nog? Rik Zaal
van Zaal over de vloer, een destijds zeer populair AT5-programma.
Zondag werd de dubbel-dvd Van de doden niets dan goeds gepresenteerd
en een aantal kinderen en weduwen werd een eerste exemplaar aangeboden. Rik
werd tot op de dag van vandaag vaak herinnerd aan die mooie serie met Frans
Bromet als cameraman (de VPRO vond het 'niet genoeg VPRO', ook al produceerde
dit duo talloze documentaires voor deze zendgemachtigde!). Een kleine tweehonderd
afleveringen werden gemaakt en toen Rik onlangs voor de moeilijke keuze stond
daar de beste uit te kiezen, beperkte hij zich tot de toch al veertig doden
en daaruit dan weer de leuksten. Simon zat daarbij, en als alle anderen even
leuk waren - wat wel het geval zal zijn - dan zou u deze box niet mogen missen.
Ook dit was een heerlijk feestje!

Rest mij hier aan te kondigen een programma rondom de dichteres Anne Vegter, genomineerd voor de VSB Poëzieprijs met haar nieuwste bundel Eiland berg gletsjer, waaraan ik mag meedoen.

Adembenemende poëzie,
in één ruk uitgelezen - wat met gedichten meestal niet het geval
is.
Plaats van handeling: De Nieuwe Liefde, Da Costakade 102 in Amsterdam.
" De Nieuwe Liefde is een centrum voor studie, bezinning en debat, een
ruimte voor levensbeschouwing en religie en een podium voor poëzie, muziek
en theater . . .
De poëzie van - Anne
Vegter
Zondag 18 december 2011 15:00uur
Grote zaal € 12,50
Anne Vegters taal is nieuwsgierig, eigengereid en verrassend, en de humor en de zinnelijkheid springen steeds in het oog. Op deze middag leest de dichteres zelf voor uit haar werk, dat voor de tweede keer is genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. We krijgen een mini-college van Piet Gerbrandy, een gesproken column van Edith Ringnalda en een muzikale reactie van multi-instrumentalist Jan Klug. Presentatie: Petra Possel." Zegt dat voort . . . . . . . .
Vrijdag 9 december 2011
Zelden heb ik op één
dag twéé culturele topevenementen mogen beleven!
De violiste Frederieke Saeijs - zij speelde virtuoos op Simons 80ste verjaardag
in de OBA - had mij uitgenodigd voor een huisconcert op de Willemsparkweg
bij Beatrijs en Egbert Kuipers. Deze ware muziekliefhebbers beschikken thuis
over een barokke concertzaal waarin een zó grote vleugel staat dat
zij ooit het huis kochten mét vleugel erin; die kon het huis namelijk
niet meer uit! Een Blüthner - dat schept verplichtingen . . . met name
aan de kamermuziek.

Twee jaar geleden had
Frederieke een hartenwens mogen uiten: een trio vormen met de Geörgische
pianiste Nino Gvetadze en de Servische celliste Maja Bogdanovic. Op haar reizen
rond de aarde had zij hen afzonderlijk van elkaar leren kennen, maar werd
zij getroffen door hun zelfde warmbloedigheid. Ook tussen Nino en Maja klikte
het onlangs meteen.
Alledrie zijn zij meervoudig prijswinnaars op de internationale concoursen.
Sindsdien bespelen zij de hele wereld en wij waren de bevoorrechten, twintig
in getal, die vanavond het Trio Arosa ademloos hebben mogen horen
en zien. Een lust voor oor en oog!
Afwisselend gaf een van de dames de toon aan in composities van Ludwig van
Beethoven (1770-1827), Nodar Gabunia (1933-2000, eens leraar van Nino), Sergei
Rachmaninov (1873-1943, mijn favoriet deze avond) en na de pauze het Trio
in a klein Opus 50 "Dem Andenken eines grossen Künstlers"
van Pjotr Ilyich Tchaikovski (1840-1893), in zijn geheel.
Frederieke speelt op een viool van de Italiaanse vioolbouwer Pietro Guarneri
(1695-1762) met de naam 'Ex-Reine Elisabeth' (1725, Venetië), die zij
in bruikleen heeft van het Nationaal Instrumenten Fonds. Nino bespeelde dus
de lyrische Blüthner, maar heeft een Steinway Grand Piano van hetzelfde
Fonds tot haar beschikking en Maja speelt op een uiterst jonge cello van een
cellobouwer die evenals de oude grootmeesters zijn beste cello's nog moet
maken! Maja heeft er een bij hem besteld, voor over tien jaar!!! Dat was echt
nieuw voor mij.
U kunt op zondagmiddag 11 december in Assen en maandag 12 december in Nijmegen
nog getuige zijn van dit muzikale meesterschap. Daarna gaat ieder weer haar
eigen weg na een geslaagde tournee door ons land in Hattem, Delft, Heemstede,
Leeuwarden, Zwolle en Gouda. Een gouden stip!!!

Na afloop. Vlnr Nino Gvetadze, Frederieke Saeijs en Maja Bogdanovic

Gisteren kwam ik net uit
mijn eerste remslaap (van rapid eye movement) toen de telefoon ging.
Het was Hedy d'Ancona, die zelf niet kon gaan slapen alvorens mij te verwittigen
dat ik Simon naakt zou zien op de reusachtige overzichtstentoonstelling van
Aat Veldhoen in het Centrum Beeldende Kunst aan de Oranje-Vrijstaatkade
71 in Amsterdam. Misschien zou het onverwachte van de aanblik mij schokken.
Nee, ik ben altijd blij verrast als ik Simon ineens hoor of zie opduiken,
ik vind het zelfs heerlijk!

Ik was vroeg gegaan vanmiddag - om een paar foto's te kunnen maken op deze salon-expositie - voor de massale opkomst een feit was. Wie heb ik al niet gekust, de hand geschud en gesproken. Ook onze Ruigoordse vriendenkring was ruimschoots present en dat deed mij goed: het is feest waar mijn vrienden zijn! Zo ook morgen, maar dan weer met een heel ander gezelschap, op Buitenzorg waar we eindelijk een verkleedpartij hebben met diner en dansen tot diep in de vollemaansnacht.
De tentoonstelling Huis Veldhoen, Aatje's Vrijstaat is te zien t/m 21 januari 2012. Het CBK heeft tijdens deze periode een heel programma samengesteld rondom deze grote kunstenaar. Ik doe een greep uit zijn werk. Het eeuwig scheppen zit hem in het bloed. www.cbkamsterdam.nl

De Westertoren gezien vanaf de Bloemgracht - Aat was toen 9
(!!!) jaar oud


Kabul Gerben
Hellinga


Diana Ozon
Leo van der Zalm

IJspret, altijd dankbaar druk

Niels Hamel te paard op de vlakte van Ruigoord

Iets voor Gerrit Komrij?
Na de officiële opening door Rudi Wester, schrijver, oud-directeur van
het Institut Néerlandais in Parijs en vriendin van Aat sinds de woelige
jaren zestig, speelde Esther Apituley voor ons. Aat kende haar al als baby
en zij treedt op zondagmiddag 18 december nogmaals op tussen de naakten, bronzen,
etsen en keramiek. Kunst overleeft Alles, want zij maakt ons gelukkig.
Woensdag 7 december 2011
Ik was vergeten dat ze
zó mooi was!!! Op zaterdag 26 november vierden we de 60ste verjaardag
van mijn liefste vriendin Catherine van Woerden in De Badcuyp, voormalig
badhuis in de Eerste Swelinckstraat vlakbij de Albert Cuyp, onze mooiste markt.
Dat zeg ik niet alleen omdat we er vlakbij woonden en Simon en ik daar geregeld
een broodje-warm-vlees gingen eten en de bloemenman groeten die Simon nog
kende uit zijn jeugd, maar vooral omdat dit voor Simon de buurt was waarin
hij de wereld in al haar gruwelijkheid heeft leren kennen, en die herinnering
hield hij levend.
Dat badhuis was het badhuis waar Simon één keer in de week naartoe
werd gestuurd door zijn moeder; voor een dubbeltje douchen, voor een kwartje
in bad. Ze woonden in de oorlog in de Govert Flinckstraat en daar heeft Simon
zijn beste en misschien wel enige vriendje, de joodse Helmut Blumenthal, door
de Duitsers zien wegvoeren, en daar heeft hij naar eigen zeggen zijn enige
meester ontmoet: Honger. De Hongerwinter heeft hij overleefd maar vraag niet
hoe . . .
De schitterende foto hierboven siert de omslag van het glossy magazine
Catherine, voor de gelegenheid samengesteld door familie en vrienden
van de jarige; een nieuwe trend. Ik had al eens een stukje geschreven voor
de Dorothy, een andere lieve vriendin die 70 werd in september, en
betreurde ook toen al dat er maar enkele exemplaren van werden gedrukt. Iedereen
is natuurlijk razend nieuwsgierig naar de inhoud van deze lijvige bladen -
met name naar hoe de eigen bijdrage erin terecht is gekomen - maar meer dan
een glimp krijg je op zo'n feestavond dus nauwelijks te zien!
Het zal wel peperduur zijn om zoiets te produceren, maar ik zou er al gauw
een paar tientjes voor op tafel willen leggen. Ik dacht meteen aan een soort
veiling - bij opbod verkopen - en reken maar dat je dan uit de kosten komt
én een aantal feestgangers met uniek historisch materiaal naar huis
laat gaan. Hoe meer je er laat drukken, des te minder duur wordt het, en als
er flink geboden wordt houd je zelfs geld over dat dan naar een Goed Doel
kan worden doorgesluisd.
Het spreekt vanzelf dat de jarige mag beslissen wélk doel, als het
maar goed terecht komt; die Pink Ribbon affaire is natuurlijk om
van te gruwen!
Mijn goede doel zou een dertien-jarig meisje uit Kroatië zijn. Zij wil
dokter worden en is zo knap dat zij naar het gymnasium in de grote stad mag,
alleen haar ouders hebben daar het geld niet voor! De Staat betaalt een boel
mee aan de opleiding, maar het kost € 80,- per maand om haar op een internaat
te kunnen laten wonen, en dat moet wel want ze komt uit een afgelegen dorpje.
Mijn geweldige vriendin Yvonne Hillers, zelf kleuteronderwijzeres, lobbyde
gisteren op ons wekelijkse tuindinertje voor deze schone zaak. Ik doe mee
ook al heb ik het verre van breed, maar ik woon wél in het rijke Westen.
Wie biedt?
Maandag 21 november 2011
Even een klein Psje. Ik was weer op de Paalberg aan het werk en waarop viel mijn oog . . . ?

Wie het hele artikel wil lezen kan dat tegenwoordig digitaal opvragen. Meer dan 25 jaar geleden!!!
Vrijdag 18 november 2011
Het was nog stil en mistig op het Domplein in Utrecht toen ik uit de bus stapte voor het Academiegebouw, alwaar ik gisterenochtend verwacht werd. In de Senaatszaal, onder het toeziend oog van honderden jaren geleerdheid, zou gepromoveerd worden. Het was niet de eerste keer dat ik daar was, maar wel ervoer ik voor het eerst de grandeur van dit monument. Kwam het omdat ik 'in functie' was deze keer, dat de hoogleraarportrettengalerij (vanaf 1685!) zo'n diepe indruk op mij maakte? Hoogst waarschijnlijk, want voorafgaand aan de ceremonie werden wij door de vrouwelijke (!)pedel uitgebreid geïnstrueerd waar en hoe we moesten lopen en staan, buigen en zitten; de Senaatszaal was even helemaal van ons alleen!

Wij - te weten promovendus
Vincent Pieterse en zijn Iraanse vrouw Mina Mirzaian, haar zoon Kaveh Pourjalili
en ik, beiden paranimf. Ik was wat overdressed, maar had de heren dan ook
in rokkostuum verwacht wat helaas niet meer overal verplicht is. De heren
professoren en de vrouwelijke (!) rector magnificus waren gelukkig wel in
vol ornaat en dat geeft de gelegenheid wat mij betreft het nodige decorum;
ik houd van verkleedpartijen!
Vincent kreeg een kwartier de tijd om de strekking van zijn proefschrift uiteen
te zetten en de rest van het uur wist hij met trefzeker enthousiasme de vragen
te beantwoorden die op hem werden afgevuurd, alles in het Engels en voor wie
het boek niet gelezen had bijkans abacadabra omdat het razendsnel ging en
vraag en antwoord aan bepaalde protocollen moeten voldoen.
Hora est. Het is natuurlijk allemaal pro forma, maar daarom niet
minder spannend.
Als vriend en professor Fons Elders, die Simon lang en heel goed gekend heeft,
niet in een verkeerschaos terecht was gekomen zou het echt spannend hebben
kunnen worden, want hem was totaal in het verkeerde keelgat geschoten dat
Simon zo geassocieerd werd met modern kapitalisme; met de beste bedoelingen
overigens.
'... that the artistic
critique of the countercultural movements of the 1960s is mainly responsible
for contemporary neo-management discourse and its image of leadership. The
contemporary leader takes the artist as his model (Boltanski and Chiapello
- sociologen die vergelijkbaar onderzoek in Frankrijk deden -The New Spirit
of Capitalism , 2007).
... My key example will be the Dutch Beat poet and performer, Simon Vinkenoog.'
De taal van de rebellen uit de jaren vijftig en zestig van de 20ste eeuw werd
'gestolen' en geruisloos omgevormd tot managersjargon om de oppositie de wind
totaal uit de zeilen te nemen.
Weten we niet allemaal hoe de prachtwoorden 'ludiek' en 'hip' verschrikkelijk
zijn verkracht?
'... The practice of language in neo-management discourse is centred on the catchphrases of 'creativity', 'innovation', 'authenticity', 'activity', and 'flexibility'. In these discourses, the leader is an exceptional person and his leadership is derived from his/her personal qualities. This is understood to produce change and promote innovation and development. Doing so involves vision, teamwork, creativity, inspiration, cooperation and networking.'
En ja, Simon wás
die netwerker met die zo vurig begeerde kwaliteiten, alleen van leiderschap
en guru-status moest hij niets hebben, en iets als 'winst maken' als énig
oogmerk van een onderneming werd met walging geweerd door de Provo's. De homo
ludens, de spelende mens, ging het destijds werkelijk om het spel en
niet om de knikkers. Survivalen in de Ardennen of onder leiding van Emile
over vuur lopen en andere navenante uitwassen in het kader van teambuilding
werden strategisch ingezet om de veranderende tijden het hoofd te bieden.
En wat dacht u van het huidige 'coaching' en hoe godverdomde veel geld daarin
omgaat, ook bij de overheid?
Ik ga nu even heel kort door de bocht - het proefschrift ging natuurlijk eindeloos
veel dieper - maar het is uitdrukkelijk Vincents bedoeling om discussie uit
te lokken in de wereld waarin hij werkt, als spelbreker versus de valsspelers.
Ook Simons erudiete vriend Laurens Vancrevel, aan wie ik het boek had toegestuurd,
wil een tegengeluid laten horen, ik citeer (zonder toestemming - vergeef me)
uit een e-mail:
'Misschien weet je dat ik een van de redactieleden ben van een Frans documentatieblad
over surrealisme, dat Infosurr heet. Ik ben van plan daarin iets
te schrijven over het boek van Vincent P, een nogal kritisch stuk vanzelfsprekend.
... Zoals je weet, was er ooit een beroemd tijdschrift dat de titel had: 'Le
surréalisme au service de la révolution'. Ik wil mijn stukje
over de dissertatie noemen: 'Le surréalisme au service du capitalisme?'
, met een vraagteken. Ik weet dat Simon altijd heel veel vraagtekens zette
bij het kapitalisme en de wereld van het grootkapitaal.'
Dat weet ik ook en daarom was ik bij lezing beurtelings boos en verdrietig. Boos op die kutkapitalistencoaches en hun cliënten die het alleen maar om geld en macht gaat, en verdrietig omwille van hun gebrek aan historische kennis en inzicht: was Simon niet oneindig veel meer dan 'a pot smoking hippie' ? U zult begrijpen: ik zat vooraf boordevol ambivalente gevoelens . . . die ik achteraf pas gevat heb geventileerd. Toen was 'de buit'- in casu de bul - al binnen en kon het feest eerst goed gaan beginnen. Een uitbundige, vrolijke receptie barstte los: een stralende Vincent en Mina namen de felicitaties in ontvangst van alle aanwezigen persoonlijk, en wij paranimfen ook; dat hoort erbij! De trotse ouders van de kersverse doctor schaarden zich eveneens in het rijtje, terecht, want zonder hen zou deze frisse wind niet hebben kunnen waaien, hier&nu . . . en in de toekomst!

Vlnr: Mina, promotor Prof. dr. Hugo Letiche, vader en zuster Ingrid, dr. Vincent Pieterse, moeder, Kaveh en ikzelve . . .

Rechts: en profiel Fons Elders en, ons scherp aankijkend, de
Parijse professor die mijn tafelheer zou zijn . . .
Deze fantastische dag werd 's avonds besloten met een diner in restaurant Bridges - vis op z'n Frans - van vijfsterren Hotel The Grand, voormalig stadhuis op de Oudezijds Voorburgwal. De heren professoren aan mijn kant van de tafel - zonder toga eruit ziend als verrukkuluk geboefte - verschoten aangenaam van kleur toen ik vertelde dat Simon hier vijf keer getrouwd was. En we zaten in wat eens de kantine was waar de Amsterdamse ambtenaren hun pakje brood niet naarbinnen konden werken ten overstaan van de muurschildering Vragende kinderen van Karel Appel. Op verzoek is deze dus tientallen jaren afgeplakt geweest, nu verplaatst naar de ingang, in ere hersteld en het menu feestelijk sierend. Simon, de springlevende . . .

Zondag 6 november 2011
Ik houd van sprookjes. Vanmiddag keek ik met mijn moeder naar De dief van Bagdad op televisie, een romantische film - Britse versie uit 1940 met prachtige special effects - handelend over vriendschap, verraad, trouw en liefde, de cruciale gevoelens in een mensenleven. We genoten intens.
Op de binnenplaats van Schloss Neuschwanstein - 10 oktober 2011
Zelf ben ik even in
een sprookje verwikkeld geweest - daarom heeft u zolang niets van mij gehoord!
- dat niet goed afliep: mijn prins zat niet op een wit, maar op een zwart
paard. We zijn drie weken samen op reis geweest en dat voelde na enige tijd
alsof de warme en koude golfstroom elkaar ontmoetten maar niet konden bereiken,
laat staan zich met elkaar vermengen. Een romantische reis zonder romantiek.
Mijn dierbare vrienden weten hoezeer ik mij op deze reis had verheugd, de
eerste na Simons dood en als reis zondermeer bijzonder gevarieerd en geslaagd.
Zagen we de ene dag sneeuw op de toppen van een grimmig berglandschap, de
volgende dag lagen we in de Adriatische zee, zonovergoten warm op rotsen
rustend, uit de wind. Heerlijk, maar ver van elkaar en nauwelijks een woord
wisselend, ieder in zijn eigen eenzaamheid, eigenlijk afschuwelijk alleen.
Dat gevoel heb ik nooit als ik werkelijk alleen ben - ik ben immers mijn
eigen beste vriend nu Simon er niet meer is - en mijn eigen adagium
Liever héél alleen, dan half met z'n tweeën werd
pijnlijk voelbaar voor mij.
Hoe hij de reis ervaren heeft weet ik niet. Ik weet ook niet wat hij van
mij verwachtte; we kenden elkaar nauwelijks, maar voelden ons wél
tot elkaar aangetrokken, anders ga je niet samen drie weken weg. Naar het
einde van de wereld trouwens, want we gingen naar een uiterst dunbevolkt
gebied in Kroatië aan de grens met Bosnië-Herzegovina, een beladen
gebied.

Dragan, Martijn en Yvonne aan de stamtafel . . .
Gemeenschappelijke vrienden zouden we daar gaan bezoeken, die ons afzonderlijk al jaren bestookten met hun machtige verhalen over de mensen, de stilte en de onmetelijke sterrenhemel in hun afgelegen paradijs. We waren de eersten die ze daar toelieten, een waar privilege en een feest om mee te maken!
Mile vertellend over de oorlog aan Martijn, die de taal
spreekt en tien jaar geleden naar Rusevica kwam om de oude mensen te helpen
met de wederopbouw van hun kapotgeschoten huizen. De jongeren keerden nooit
weerom . . .
Zijn vrouw Ranka, die mij toestond een foto van haar te maken
Dessa, die niets liever doet dan je te eten geven, de schoonmoeder
van Yvonne,
De stookketel staat op het erf van Milan en Suada
De gastvrije Suada - met dochter en vriendinnetje - gaat
een flesje rakia voor ons vullen
Het was het seizoen om de eigen sterke drank te stoken in een grote koperen ketel, die in de wijde omtrek van bewoond huis naar bewoond huis ging. De weinige mensen die er nog wonen deelden hem met elkaar en gingen proeven bij elkaar en wij dus ook! 's Ochtends werden we bij de koffie al onthaald op een neutemannetje en dat werden er al gauw een stuk of drie, zes, twaalf op een dag en ga zo verder.
Dierenarts Frane, op
wiens land wij stonden, tijdens de picknick aan de Glina
Martijn, met zijn voeten
op zoek naar het tijdens de pichnick te water geraakte mobieltje van Frane
Bij ieder bezoek was
er wel iets te vieren ('Je bent daar drie keer per dag lam') en dat is mij
één keer fataal geworden na een picknick aan de Glina, een
beekje in de buurt: de volgende dag was ik mijn tasje kwijt waar alles in
zat: paspoort, telefoon, fototoestel en - het allerbeschamendste - de hele
reservesleutelbos van de camper waarmee wij ons verplaatsten en die toebehoorde
aan de ouders van mijn reisgezel. En ook al wordt iedereen daar af en toe
laveloos, dit voorval heeft helaas voor mij de rest van mijn verblijf in
Ruseviça bepaald. Als je de volgende dag niet meer weet hoe de dag
tevoren is afgelopen, maakt dat een beetje onzeker, immers dan kan men je
van alles wijsmaken . . .
Het was vroeg, maar de zon scheen. Over zwaarberijpte velden te voet dus
terug naar de Glina, in plaats van met de kolitsa, het rijtuigje
dat speciaal gemaakt was voor mijn vriendin Yvonne door haar geliefde, haar
minnaar Dragan, bijgenaamd 'de minister', een waarlijk beminnelijk mens.
De kolitsa - het most favourable voertuig
in de world
Mijn lieve vriendin ging met mij mee, want alléén zou ik de plek natuurlijk nooit meer hebben kunnen terugvinden. En toen we er, de verlaten weg hoopvol afspeurend, na drie kwartier lopen bijna waren, ging haar telefoon . . . tasje gevonden . . . achter de camper . . . die op een schiereiland stond, het domein van zes paarden . . .
Camper op het schiereiland van dierenarts Frane
De eerste ochtend dat ik daar wakker werd, was van heftig bonzen en stoten tegen ons wit verblijf. We waren gewaarschuwd: die paarden zijn heel nieuwsgierig en komen vast kijken! Ze duwden hun neuzen tegen de raampjes, stootten de tafel-met-alles-erop-van-de-vorige-avond en stoeltjes omver, kortom ik moest naar buiten om iets te doen; mijn reisgezel had um de avond tevoren stevig geraakt en lag nog diep in coma, of hield zich als zodanig. Deurtje open en onmiddellijk omringd door zes grote jongens. Dan ken ik geen angst, want dat kán niet op zo'n moment. Ik besloot langzaam van de camper weg te wandelen in de hoop dat ze zouden volgen . . . en dat deden ze. Alle zes. Volgens mijn zusje Else, die zelf vier paarden heeft, uitzonderlijk, omdat ik geen enkele beloning in de vorm van een koekje bij me had. Ik voer blind op mijzelf en hun interesse . . .
En later op het land van Mile - we waren uitgeweken voor
naderende regen
Bezoek aan de familie van Slavo (links) - en toen spraken
we ineens vijf talen
(met de vader Frans, met de moeder en zoon Duits, met de dochter Engels,
en onderling Nederlands en Kroatisch;
M + Y beheersen de taal ongekend goed).
. . . iedere avond een vuur voor de tent . . .
Oude watermolen
Inderhaast achtergebleven speelgoed - ligt er uit eerbied
voor de vluchtenden nog steeds
Wordt hoe dan ook vervolgd,
want ik ben er weer. De droom is voorlopig uitgedroomd en dan is er weer
ruimte voor iets nieuws. Ik lees nu bijvoorbeeld het proefschrift van Vincent
Pieterse, waarin Simon de hoofdrol speelt: from ARTIST-AS-LEADER to
LEADER-AS-ARTIST The Dutch poet and performer Simon Vinkenoog as exemplar
of leadership in contemporary organizations.
Op 17 november mag ik paranimf zijn als Vincent zijn proefschrift in
het openbaar verdedigt ter verkrijging van de graad van doctor aan de Universiteit
voor Humanistiek te Utrecht.
Simon, de onvergetelijke.

Zaterdag 10 september 2011

Grijpt uw kans! Morgen, op nine eleven als u wilt, is de fenomenale expositie van Frank Lodeizen nog in de schuur in Ruigoord te zien. Zijn kinderen hebben hun bijna 80jarige vader eer bewezen.

Dit was zowaar een kast met nutteloze dingen, een hele mooie . . .
Ik had me deze zaterdag heel anders voorgesteld - een afspraak waar ik me zeer op had verheugd werd afgezegd - maar een alternatief was zeer snel gevonden! We zouden naar Ruigoord gaan, medetuinder beeldhouwer Rob Ligtvoet en ik . . . hij was immers een der exposanten tijdens de Open Ateliers en was er zelf nog niet geweest. Het was warm en zonnig, we zoefden over de A10 en misten de afslag. Rondje gereden en opnieuw de snelweg op; ik miste de afslag wederom. Even vloeken, maar daar kon Rob wel tegen en toen wachtte ons in dit geliefde dorp de ene verrassing na de andere.

Rob Ligtvoet exposeert in de Kerk met dua's
Al snel verloren we elkaar uit het oog. Ieder heeft zijn eigen ritme en ik wilde met name mijn vrienden gaan bezoeken, iets wat ik vorig jaar nauwelijks had kunnen doen omdat ik zelf een toko runde en daar dien je toch een beetje in de buurt te blijven. Na Aja Waalwijk en Maarten van der Horst nog samen te hebben bewonderd, ging ik binnen bij Rob van Tour & Elsje Élysée Stroetinga, en Rob Ligtvoet boog af naar Teejoos Theetuin, het paradijs van Theo Kley, waar je kunt loungen als nergens anders en kunst kunt zien een museum waardig.

Het kasteel waar Aja Waalwijk al decennia aan werkt - een
van mijn favorieten

Bloemen- en portretschilder Van der Vegt - kerkje van Ruigoord
op een vaasje

Loes Munnighoff gaf Muurkrant een gezicht



Het
werk van Wilnah Molenaar hing buiten - alleen


Voor- en achterkant van een mij onbekende kunstenaar - uitgehakt
in graniet
En zoveel meer moois, bij Jinny Thielsch, Roos Nienhuis, Duke Burgerhof, Jan Bianchi, Gea Schoenmakers, Joop van den Eijnde, Nicky Oosterbaan, Grazyna Przybyl, Hans Gritter, Popke Bakker, Michael Kamp, Henk van der Zee en talloze ouderen en jongeren die ik nooit heb leren kennen. Ruigoord heeft een miljoen gekregen van het havenbedrijf dat deze kruidige plek koestert als een baby.
Onlangs in Gent mocht ik model zijn voor fotografe Hilde Braet - mijn oude stiel ging mij weer goed af!

Het dondert en bliksemschicht inmiddels buiten. Ik houd er weer mee op, lieve Peter en ga nu van dit weer in mijn eentje genieten. Ik bedacht: ik bedien je op je wenken, maar veel liever kom ik jullie weer eens in Ansen bezoeken. Lang leve Ruigoord en onze grote vriendenkring. So long . . .
Woensdag 20 juli 2011
De feesten zijn weer
voorbij en gisteren lag de helft van mijn tuinvrienden, waaronder ikzelf,
met buikgriep in bed. Zo gaat dat als je van feesten houdt en de regen trotseert
omdat je erbij wilt zijn.
Dat is de vorm van trouw die mij zo zielsveel aan Buitenzorg bevalt. Of
het nou een bomvol Café Mol betreft of de onthulling van Simons borstbeeld
in de OBA, wij geven acte de présence, weer of geen weer.
Het beeld van Jeroen Spijker raakt mij diep. Hier zien wij een ingetogen Simon, terwijl menigeen hem alleen opgetogen kent. Een bedachtzaam iemand, in wezen, betrokken bij de wereld die hem verdrietig maakte, maar hij gaf de moed niet op. De opkomst in de OBA op 18 juli was overweldigend: een volle zaal met louter vrienden op zijn verjaardag; een zeer gure maandagmiddag. Zijn eigen generatie en oudste vrienden waren sterk vertegenwoordigd en de jongste gast was net geen baby! "Waarom we zo van Simon houden? . . . Omdat hij van alle generaties is!" riep eens mijn vriendin Margrid van der Linden uit. En zo was het. De onvolprezen Hans van Velzen, directeur van de OBA, was op zijn best. Hij ging die avond zijn idool Robbie Williams van Take That zien in de Arena; glunderend haalde hij zijn entreekaartje even uit zijn binnenzak. We konden terugkijken op een zeer geslaagde bijeenkomst.
Op de eveneens totaal verregende zaterdag 16 juli werd een nieuw Amsterdams podium officieel in gebruik genomen: Het Simon Vinkenoog Theater Bij De Boom. Er waait een creatieve geest in ons tuinpark - daar hebben wij geen toneelgezelschap bij nodig. We hebben zangers, schilders, dichters, dansers, architecten, muzikanten, beeldhouwers en bovenal artisants aan boord... koks niet te vergeten en mensen die samen een feest helpen maken. Maar het begin ligt bij de visionairs en in ons geval zijn dat Martijn(-kan-alles-) Steenbergen en Gerrit Mol, tien jaar lang voorzitter van onze vereniging geweest en nu de motor achter de steeds mooier wordende tast en voel tuin. Hier kondigt hij Margot aan die liederen van Francis Poulenc voor ons zal zingen.


En toen het te hard begon te regenen verplaatsten wij ons naar Café Mol, in het leven geroepen om de rokers onder ons royaal tegemoet te komen; tevens dienstdoende als de buitenbar bij evenementen als deze. Het is nog niet af. We pasten er met z'n vijftigen precies in en daar zette het feest zich voort.

Anna had vrienden uitgenodigd die een klein weergaloos oeuvre aan het opbouwen zijn met de muziek van Django Reinhardt. De broers Vincent en Tony kunnen geen noten lezen - zij hebben fulltime andere beroepen - maar hun gevoel is feilloos en ik kan dat beoordelen. Op een van de muziekfestivals ter ere van deze grootheid, ergens in Zuid-Europa, had een radeloze zigeuner zijn contrabas voor € 250 aan Ruth, de vriendin van Tony, aangeboden. Zij vond het eerst ongepast, maar vond de bas zo mooi dat zij, na aandringen van de verkopende partij, zwichtte. En de bas opende zich aan haar: wie goed doet, goed ontmoet. Zij speelde alsof ze nooit anders gedaan had . . . op gevoel, en dat klopte als een hart.
In het hartje van Gent was ik op donderdag 14 juli - ook ronduit noodweer - getuige van de opening van De tuin van Simon in de middeleeuwse Hof van Ryhove. 23 gedichten op panelen in alle kleuren van de regenboog en uit zijn hele leven sierden de tuin, geopend gedurende de Gentse Feesten, en na 24 juli mij aangeboden door de Honest Arts Movement. De sprekers waren vol van de betekenis die Simon voor hen had en heeft; door de weersomstandigheden waren we uitgeweken naar de gewelven van het woonhuis dat Simon de Rijke in 1351 had laten bouwen. En terwijl ik het woord voerde ontwaarde ik een stralende man in de verte - ik kon hem groeten omdat ik hem herkende! Tom Bouman, vriend van Simon in de jaren zestig, uitgever van een mooi tijdschriftje met goede boodschappen, De Kleine Aarde, als ik me niet vergis.

Voorafgaand aan deze
liefdevolle hommage werd ik door Bert De Keyser - beeldend kunstenaar en
op dezelfde dag jarig als Simon - getrakteerd op het particuliere schoenen
museum in Kruishoutem (tussen Gent en Kortrijk), SONS genaamd, Shoes
or no Shoes, om Simons laatste paar schoenen te brengen.
Dat werd een onvergetelijke reis door alle culturen, want naast schoenen
van kunstenaars uit de hele wereld, was er een afdeling design én
een afdeling etnografica: op continent ingedeelde schoenen van vrijwel alle
landen ter wereld, veelal uit het begin van de 20ste eeuw. Onbeschrijflijk
indrukwekkend, evenals de museale omgeving. Die Vlamingen zijn ons echt
voorbij aan het streven; dat merk ik aan alles. Ik kocht de loodzware catalogus
voor € 12,50, maar gaat u er zelf kijken. U valt stijl achterover.



Erwin Olaf

Corneille

Wie iets met schoenen heeft mag het echtpaar Veerle Swenters en Pierre Bogaerts dankbaar zijn. Zij brachten de grootste etnografische schoeisel collectie ter wereld bijeen. Het oudste schoentje dateerde uit de 13e eeuw en kwam uit ons land.
Laat ik hier afscheid nemen met een paar foto's van de inrichting van de salonexpositie de schrik van de vuurvogel die nog tot eind augustus te bezoeken is aan de Plesmanlaan 125 te Amsterdam in Galerie Joghem. De opening op vrijdag 1 juli was mooier dan wij ons hadden kunnen dromen of, beter gezegd, precies zoals die ons idealiter voor ogen stond. Dank je Simone Carlier, dank je Bill Bodewes, dank je Bouke Bottelier voor de fantastische samenwerking. De mensen die werken bij Sanquin - en dat zijn er velen - voelen zich zonder uitzondering hartverwarmdend vrolijk worden van Simons tekeningen.


Donderdag 23 juni 2011
Voor het eerst overvalt
mij het gevoel dat ik het jammer vind dat Simon mijn dagboek over zijn ziekbed
niet heeft gelezen; ik ben gewoon benieuwd wat hij ervan zou vinden als hij
het nu opeens in handen kreeg. Gisteren barstte ik even in snikken uit toen
ik beeldend voor mij zag hoe hij op één been zijn mooiste overhemd
voor mij had aangetrokken en zich voor het eerst weer geschoren had. Dat snijdt
mij nu door merg en been omdat ik onlangs zélf veertien dagen ontlinkerhand
was, in het gips tot aan de elleboog, voor de zekerheid. Ik was gestruikeld
in het donker en had mijn val met mijn linkerhand gebroken; mijn duim wou
niets meer en de dokter gaf mij geen keus.
Alles met één hand te moeten doen viel mij zwaar tegen, maar
ik kon tenminste wél naar de verjaardag van ons kleinzoontje lópen,
ja op de terugweg zelfs een paar passen gedanst op een heerlijk straatorkestje!
- Dat kan niet op één been -
En zo leert een mens relativeren. Voor het eerst begon ik te beseffen hoe
diep wanhopig Simon van binnen geweest moet zijn. Mijn malheur was tijdelijk,
het zijne voor altijd. Dan maar de bliksem erin, moet hij gedacht hebben en
ik geef hem geen ongelijk. De schrik van de vuurvogel: lichamelijke afhankelijkheid.
De hulp van anderen is voorbehouden aan baby's en heel oude mensen die naar
een kindstadium zijn teruggekeerd. Niet voor een vogel die nog veel verder
wilde vliegen, want zijn geest hád vleugels tot zijn laatste pennestreek
. . .
Het verheugt mij dan ook zeer u vier feesten in juli te kunnen aankondigen die deze vuurvogel herdenken. Hij blijft inspireren.

De Schrik van de vuurvogel, 1992. Pastelkrijt op papier,
50 x 65 cm
Op vrijdag 1 juli is iedereen
die dit leest welkom - dit is god zij dank geen facebook - in Galerie Joghem
aan de Plesmanlaan 125 in Amsterdam. Om 17.45 uur zal onze uitgever Vic van
de Reijt deze salonexpositie openen: 'Simon Vinkenoog: homo ludens'. www.exposities.sanquin.nl
Regio Amsterdam aanklikken, rechts vindt u de link naar Simon.
Op donderdag 14 juli staat mij en u allen dit in Gent te wachten:
De Honest Arts Movement nodigt u van harte uit voor de tentoonstelling
'De tuin van Simon'
23 gedichten zijn op groot formaat weerbestendig paneel te zien, te lezen en te horen in de middeleeuwse tuin van 'Hof van Ryhove', Onderstraat 20; in het hartje van het gedruis der Gentse Feesten is daar volop stilte. Vanaf 20.00 uur wordt die 'verstoord' door sprekers en muziek: een HAM hommage aan dichter, schrijver en performer Simon Vinkenoog. www.honestartmovement.be
Op zaterdag 16 juli wordt het Simon Vinkenoog Theater Bij De Boom officieel feestelijk in gebruik genomen door de tuinders en genodigden. Van 14.00 tot 17.00 uur is het bal!
Een ontwerp van medetuinder Bill Bodewes
En op maandag 18 juli, Simon's verjaardag, sluiten wij de feestelijkheden af met de onthulling van het borstbeeld dat Jeroen Spijker maakte (zie woensdag 30 maart). In de OBA aan de Oosterdokskade in Amsterdam komt Simon te staan op de afdeling poëzie. Ik heb Vincent Pieterse gevraagd gastspreker te zijn. Deze enthousiaste promovendus zal Simon op onvermoede wijze voor u uit de doeken doen. www.oba.nl

De langste dag werd op Buitenzorg gevierd met een verrukkelijk diner bij de Boom die ons met welbehagen gadesloeg. Ik had eigen teelt van vorig jaar bij me: menigeen zei nog nooit zoveel te hebben gelachen.

Louter genieten, lieve Simon, ik doe het nog steeds, mijn schat! Dank je voor Alles.
Vrijdag 10 juni 2011
Vandaag is een historische dag voor mij. Exact twee jaar geleden, op woensdag 10 juni 2009, stond ik voor het laatst samen met Simon op, hier in ons tuinhuisje in Amsterdam Noord.

Moeder en kind, donderdag 9 juni vanuit mijn bed gezien . . .
Twintig jaar lang letterlijk
onafscheidelijk geweest -iedereen kan dat beamen want we zijn nooit níet
samen gezien! - en waar wás opeens mijn wederhelft, mijn klankbord, mijn
Spiegel, mijn scrabblepartner, mijn bedgenoot, mijn man, mijn geliefde, mijn
kind! . . .
. . . In het ziekenhuis moeten achterlaten - een donderslag bij, toch wel, lichtbewolkte
hemel - op een zaaltje van vier, met een bed met gezicht op een blinde muur
waar de liftschacht zich wist en je privacy haar uiterste best zou moeten doen
om dat dunne witte gordijntje te geloven. Op zo'n moment wil je even helemaal
niet nadenken, of vooruit denken; je schakelt iets om in je hoofd wat met overlevingsdrang
te maken zal hebben. En dat gold voor ons allebei. Allways expect the unexpected,
maar dit was werkelijk rauw.
's Avonds zou ik met mijn dagboek beginnen, zeker niet met voorbedachten rade
maar uit bittere noodzaak! Het werd een vorm van praten met mijn afwezige geliefde
en het is een heus boek geworden met als titel Heer en meester, een liefdesverklaring
uitgegeven bij Nijgh & Van Ditmar, een voorrecht.
Het is geschreven op het houten bankje voor mijn tuinhuis, dat een hoofdrol
vervult op een uitgerekend vandaag, vrijdag 10 juni om 17.00, feestelijk
te openen expositie in Museum de Noord; tegenover Buitenzorg, in een voormalig
Gemeentelijk Badhuis voor de Vogelbuurt:


Op 2 mei ontving ik de volgende e-mail:
Beste Edith Ringnalda,
Mijn naam is Gwen Pol en ik ben student Kunstgeschiedenis aan de UvA in Amsterdam.
Ik stuur u deze mail in verband met een geplande tentoonstelling begin juni
die door mij en mijn vakgenoten in samenwerking met de Uva, de Openbare bibliotheek
Amsterdam en Museum de Noord in Amsterdam Noord gehouden zal worden en het onderwerp
"Literatuur in Noord" zal uitlichten.
Het gaat om een tentoonstelling die praktisch geheel ontwikkeld en uitgevoerd wordt door studenten. Hoofddoel van de tentoonstelling is de bezoeker (al dan niet woonachtig in Noord) in aanraking laten komen met literatuur, poëzie en muziek geschreven in en over het stadsdeel. Als kapstok hebben we hierbij gekozen voor het thema escapisme.
Noord als toevluchtsoord of als plek om juist van weg te vluchten.
De tentoonstelling zal dan ook de titel: Siberië of Eden: een literaire ontsnapping in Amsterdam Noord dragen. Siberië als benaming voor Noord komt van Jan Donkers, die het stadsdeel in zijn literatuur menigmaal op deze manier typeerde. Eden komt natuurlijk bij het tuinhuisje van u en uw man vandaan! Noord als paradijs, de rust en geuren en kleuren die aan de andere kant van het IJ zo schaars zijn. Wij willen de poëzie van Simon Vinkenoog dan ook een belangrijke plek geven in de tentoonstelling omdat hij volgens ons in zijn werk als geen ander de schoonheid van Noord wist te bezingen en dit het stadsdeel voor velen in een ander daglicht heeft gezet.
Nu heb ik een aantal vragen.
Mijn vader, Herm Pol, chef van Athenaeum Boekhandel, heeft in 1996 eens een ter plekke geschreven gedicht van Simon Vinkenoog gekregen. De titel luidt "Zeg Nooit Nooit" en het gedicht beslaat drie bladzijden. Hij heeft mij dit laten zien en dit is voor de tentoonstelling uiteraard een prachtig object om te laten zien, omdat het naar mijn weten ook nooit gepubliceerd is. Maar we zouden hiervoor wel graag uw toestemming hebben.
Ook zouden we graag
een aantal duidelijke en mooie foto's van uw man bij het tuinhuisje en het tuinhuisje
alleen, plus een mooie portretfoto van Simon Vinkenoog willen gebruiken. Ik
weet niet of u mooie herinneringen in uw archief heeft die u wil delen?
Voor de foto van het tuinhuisje kunnen we natuurlijk ook zelf langskomen met
een fotograaf.
Daarnaast zouden we ook graag wat citaten willen gebruiken die op de muren van de tentoonstelling en eventueel op promotiemateriaal gedrukt worden.
Als u wil kan ik u uiteraard een ingescande versie van het gedicht toesturen.
Ik hoop dat u mij kunt laten weten of u hier iets voor voelt.
Ons lijkt het waanzinnig als we met deze tentoonstelling de bezoeker het echte Eden gevoel kunnen laten ervaren en met de open blik van u en uw man het stadsdeel te laten omarmen.
Vriendelijke groeten,
Gwen Pol
De Kunstgeschiedenisstudenten van de Universiteit van Amsterdam ronden met deze expositie hun vak 'Museale tentoonstellingen' af en van mij krijgen ze een 10! Meestal bleef het bij goed uitgewerkte plannen op papier, maar deze enthousiaste jaargang wilde nu ook gewoon praktijkervaring opdoen en zij vonden hun weg . . . Er was een onhaalbaar verzoek van Gwen of ik mijn bankje misschien voor drie maanden zou willen afstaan - omdat ze driedimensionaal willen - nee dus; een kleine Totem der Nutteloze Dingen bleek een afdoende alternatief. Toen ik gisteren even ging kijken naar de voorbereidingen, werd ik aangenaam diep geschokt . . .

Gwen Pol voor ons tuinhuis in Museum de Noord, 9 juni 2011
Zo was Gwen zelf lichtelijk
opgewonden geweest toen ze mij voor het eerst kwam bezoeken: het museum en het
beoogd te exposeren object waren nog geen steenworp van elkaar verwijderd!
Gisteren ook, kwam ze 's middags een zak totemzaken halen die van hun oorsprong
waren gescheiden door storm en ouderdom der draadjes; ik hang ze niet meer terug
- ik ben benieuwd. En zij gaf mij een kopie van het gedicht dat haar vader van
Simon had gekregen, ter plekke op het Spui geschreven (nooit eerder gepubliceerd
Joep!) gedateerd exact 15 jaar geleden:



Straks mag ik het voorlezen, een typisch gelegenheidsgedicht, ik zie zijn handschrift, ik hoor zijn stem.
Post Scriptum

Trotse docenten Durkje van der Wal en Laura Smeets . . . in Siberië

driedimensionaletotemdernuttelozedingen
En morgen:
Feest in Ruigoord
Vrijdag 13 mei 2011
650 JAAR WOUDRICHEM
Wat leert een stad van
haar rechten?
Voor iedere burger de vrijheid bevechten
in tijden van vrede en tijden van kwaad -
voor recht op vrijheid is het nimmer te laat.
Elke strijd is met woorden
te beslechten,
met eigen taal en tekens – metterdaad.
In een tijd waarin alles
opnieuw geschiedt
gebiedt het hoogste en zuiverste lied
dat de mens van zijn leven als kunstwerk geniet.
Simon Vinkenoog
Ik ga daar straks weer eens kijken, want vanavond mag ik er optreden met een aantal vrienden:
Woerkums Literair Café
brengt op vrijdag 13 mei 2011
een ode aan Simon Vinkenoog (overleden in 2009).
m.m.v. zijn weduwe Edith Ringnalda,
Pom Wolff, gedichten en slampoëzie,
Ellen Deckwitz, dichteres en NK poetryslamkampioene dec. 2009,
Gijs ter Haar, dichter, performer, gastdocent, organisator, enz.,
Bjorn van Rozen, singersongwriter, Ned. liedjes van eigen hand
Locatie: Teerkamer, Vissersdijk
35a te Woudrichem.
Aanvang: 20.30 uur.
En wat vindt u hiervan?

Hier kwam een opgetogen Remge Dobma eergisteren mee aan op Buitenzorg. Wij hebben
die dag tuinvergadering en zijn razend benieuwd of men gevolg zal geven aan
deze oproep of hem walgend terzijde zal leggen. Helaas is het morgen aan de
frisse kant . . . www.wngd.org
Ooit zei ik tegen Simon: 'Boven de 30 graden mogen wij naakt!' en zo geschiedde
menig maal. Navolging kregen wij niet, maar naakt ontvangen deden we alsof het
de gewoonste zaak van de wereld was. Leuk, lief en volstrekt onschadelijk. Heerlijk
om dat getweeën te doen en niemand die er aanstoot aan nam. Lieve Simon,
ik mis je . . .
Rest mij hier Alexander Vinkenoog te feliciteren met zijn 50ste verjaardag. Hoera, maak er een knaller van een feest van! Mij zie je pas in het holst van de nacht. Omhelsd, je Edith
Woensdag 4 mei 2011

Ira Cohen 3 februari 1935 - 25 april 2011
http://www.nytimes.com/2011/05/02/arts/ira-cohen-an-artist-and-a-touchstone-dies-at-76.html
Dodenherdenking vandaag.
Gisteren bereikte mij het bericht dat de imposante man hierboven niet meer onder
de levenden is. Ira Cohen, vriend uit New York, dichter, fotograaf, filmmaker,
welgeziene gast in onze kringen, kwam ooit via België vanuit Marokko naar
ons land, met toen een zwarte baard en een witte djelabba aan. Simon was diep
onder de indruk van zijn verschijning. Ira werd een van zijn dierbaarste vrienden
en deze foto stond op ons bureau. Omgevallen - constateerde ik met een lichte
schok, toen ik even thuiskwam in de Sarphatistraat.
Ik ben namelijk mijn Paradijstuin op Buitenzorg weer gaan bewonen en
ik voel me verrukkelijk. Het was weer zo ver, op 19 april, ik maak nooit plannen,
laat mij verleiden door de warmte van de zon. Niets hield mij meer tegen, nobody,
dat zeker. Dat ik zolang niet van mij heb laten horen, betekent dat ik veel
heb meegemaakt en dat levend in de natuur op een andere manier verwerk.
Hier luister ik naar de radio, doe ik thuis nooit, het is 19.53 uur en Beatrix
met gevolg loopt nu van paleis naar monument op de Dam. Hier geen televisie
noch electriciteit en vandaag heb ik niemand op de tuin gezien of gesproken.
Neen, ik sta niet op de Dam en ook Koninginnedag heb ik geheel en al aan mij
voorbij laten gaan. Het Wilhelmus klinkt . . .

Voordat Martijn Steenbergen met Yvonne Hillers naar Kroatië vertrok, waar
hij een stukje land bezit en zij haar geliefde, heeft hij de Ode gemonteerd
en van een fantasievolle omlijsting voorzien, die à la Simon moet uitgroeien
tot een Totem der Nutteloze Dingen die wat ons betreft de hele wand mag beslaan,
organisch groeiend en zo wordt hij langzaam van ons allemaal. Op de feestelijke
inwijding van het Simon Vinkenoog Theater bij de Boom op 16 juli wordt iedereen
geacht zijn/haar bijdrage te leveren; zo dat al niet gebeurd is! Ook dromen
wij van een orkestje in de boom . . . Ik maak er geregeld een wandelingetje
naartoe en ga dan op een van de banken zitten luisteren, want in de wind maakt
ook deze totem muziek.

Ons uitzicht op het clubhuis, wat is er hard gewerkt en wat is het eindeloos
bevredigend om daar aan mee te doen. We krijgen rechts nog een buitenbar voor
de rokers en theaterbezoekers, met Pasen werd er al Poppenkast gespeeld en we
weten: hier gaat nog heel veel gebeuren . . .

Franka Tolhuijs en Paul Christiaan Bos
WWW.PCBOS.NL
Bij dit allerliefste echtpaar was ik afgelopen zondag te gast in de kop van Friesland. Hij begenadigd fijnschilder, zij zijn Muze. Ik mocht helpen de drieëntwintig zeldzaam mooie krielkippetjes en haantjes te voeren, sommige van een zestiende-eeuws ras, en we mochten de uilen zien, alle met een eigen naam en vertroeteld, want zij zullen straks zijn schilderijen bevolken.

Het werd een feest. In ons midden bevond zich Misha, een zanger uit Berlijn die het repertoire vertolkt waar ik zo zielsveel van houd. Uiteindelijk samen zingend de nacht in . . . Freunde, das Leben ist lebenswert! Dank je, Wilmar.
Donderdag 14 april 2011

Ik zie mezelf zó
wegrijden, de grens over, om voorlopig niet meer terug te komen. Mijn vriendin
Simone Carlier had een hele route uitgestippeld in de Achterhoek waarheen
zij mij vergezelde naar mijn aan- en optreden in Lochem.
Op 8 januari 2010 was ik 's ochtends opgebeld door Lia Huipen van het Cultureel
Café Lochem met het verzoek daar op 8 april 2011 hun gastspreker
te willen zijn. Zij had mij de avond tevoren bij Pauw & Witteman
gezien en durfde het aan mij in de programmering van het komende seizoen op
te nemen. Ik schrok een beetje: 'Dat is pas over meer dan een jáár!!!'
en bloosde van de hoogte van het honorarium. Hoe zal ik er dan vóór
staan, dacht ik, een jaar vliegt voorbij maar lijkt ook oneindig ver weg.
Ik zei natuurlijk onmiddellijk 'Ja' en mooier had deze belangrijke dag ook
niet kunnen beginnen: 's middags zou het uitkomen van mijn boek op de uitgeverij,
Singel 262, met een feestje worden gevierd.
En afgelopen weekend - wat lijkt dat al ontzettend lang geleden - was het
zo ver. Omdat ik weet dat mijn tuinvriendin Simone haar eerste zestien levensjaren
heeft doorgebracht in Lochem, vroeg ik haar mee. Ook ik had belangrijke jeugdherinneringen
aan de Achterhoek, dus gingen wij samen iets delen en dat was verdomd opwindend.
Vrijdag de 8ste april was een stralend warme dag. Ik had Simone op Buitenzorg
opgehaald en om 12.30 uur zoefden wij de A1 over op weg naar het oosten des
lands. Simone had verzonnen dat we eerst in Zutphen zouden langs gaan bij
haar neefjes Dimitri en Iwan die daar een autofabriekje hadden



Ze stonden ermee in de
Autokampioen van deze maand en werknemer Loek was van harte bereid
ons alles over dit wagentje te vertellen. Hij wilde zelfs een stukje uit rijden
gaan wat wij afsloegen want zoiets is geen tussendoortje; dat had ik ooit
ervaren in de Donkervoort van vriend Peter Warnaar, pure sensatie, heerlijk!
Het witte wagentje waarin u mij hierboven ziet zitten is voor rond de €
10.000 van U, of van mij, als ik zou besluiten een heel ander leven te gaan
leiden, ver hier vandaan.
Wij vervolgden onze tocht door dit oude landschap waarin op dat moment de
magnolia's op hun allermooist waren en de natuur superieur met hun schoonheid
beheersten. Die bomen zijn daar namelijk reusachtig groot, veelal de roze/rode
variant, dominant tussen ontluikend lover rondom. Op naar Hotel De Scheperskamp
wat Simone moeiteloos kon vinden, hier en daar wees zij mij schooltjes aan,
caféetjes en huizen van familie en vrienden. Wij streken neer op het
terras van het hotel gelegen in een schitterende mooie grote tuin, alleen
vogels te horen en zachte stemmen aan de high tea. Wij bestelden
een biertje en genoten in stilte van alles tot dusverre.
Simone komt uit een groot
gezin met wel acht of negen kinderen en groeide op in het koetshuis van een
kasteeltje aan de Berkel. Haar zusje Christianne Carlier woont daar nu weer
en ik voel volkomen waarom. Vanuit haar huis zie je de Berkel stromen, zoet
water om in te springen vlak voor de deur en een tuin die uitzicht biedt op
een glooiend groen landschap dat al eeuwen hetzelfde oogt, met wat paarden
in de verte tegen een bosrand aan. Landelijke weggetjes, een andere wereld,
nauwelijks vindbaar en toch zo vlakbij! Dank je Chris, dat we bij jou mochten
eten.
Daarna naar de schouwburg. Een en ander speelde zich af in het theatercafé:
op een los podium in een feestelijke zaal stond een sfeervolle stoel, een
klein tafeltje met een brandende kaars, water en wat bloemen. Boekhandel Lovink
was present, de culturele elite had zich verzameld voor de maandelijkse 'ontmoeting'
, de doelstelling van de CCL-avonden, waarin mij voorgingen Kristien Hemmerechts
(Over leven en schrijven - vrijdag 12 november 2010) en Margriet
de Moor (De schilder en het meisje - vrijdag 11 maart 2011); alledrie
zijn wij weduwe geworden in de bloei van ons leven. Mijn voordracht Liefde
overwint alles zou natuurlijk gaan over De Grote Liefde die ik heb mogen
meemaken, maar na de pauze nam de avond een verrassende wending.
Er zaten met name dames te stralen op de eerste rij en een van hen vroeg mij
: 'Denkt u dat na zó'n Grote Liefde er nog ruimte is voor iets nieuws?'
Toen brak ik open, want mijn antwoord mocht volmondig 'Ja' luiden en wederom
sprak ik uit eigen recente ervaring. Sinds enige tijd koester ik diepe gevoelens
voor een homosexuele man en ik blijk niets veranderd. Tot mijn eigen vreugde
overmant mij dit gevoel. Ik ben niet dóód vanbinnen! Dat is
immers maar afwachten na inderdaad De Grote Liefde te hebben beleefd en overleefd.
Don't settle for less - dat kan ik niet - Settle for different
- dat kan ik wel.
En zo liep de avond de nacht in tot grote tevredenheid van iedereen, hoop
ik. Simone en ik dronken op ons hotelbalkon tot half drie de wijnfles leeg.
De volgende dag zou ik de zusjes door de omgeving rijden met als hoofddoel
de woonboot bezoeken waar hun oudste zuster Marga vorige zomer op 16 juli
is overleden. Simone was daar nog nooit geweest en dit was de laatste acte
van het rouwproces. De boot stond te koop, maar de familie heeft geen haast:
alles lag er zó bij alsof het gisteren was.

op de woonboot van Marga en Henk, die zeven maanden later stierf

kunstwerk van Marga Carlier

Chris en Simone bij het graf van hun zuster Marga
Na een bezoek aan broer Jos, een begrip voor Lowlandsmedewerkers, en de woonboten van hun neven Dimitri en Iwan gidste Chris ons over landwegen naar Velp waar we de tour de famille besloten met verrukkelijk voedsel op het terras van De Jonghe Enkelingh

dat toebehoort aan de
nieuwe geliefde in haar leven. Spring was voelbaar in the air.
Tegen zessen koersten Simone en ik weer naar Amsterdam waar een prachtavond
op Buitenzorg ons wachtte.
Onze vriendin Yvonne Hillers gaf een feest in ons clubhuis om te vieren dat
ze bevrijd was van huwelijkse schulden - die zij in een mum van tijd wist
af te lossen door keihard te werken - en van nu af aan van de vrijheid tot
... kon gaan genieten. We gaan een heerlijke zomer tegemoet.

Hier neemt Yvonne een
besmeurde kerstman in ontvangst voor de 'rituele verbranding'; haar vrienden
Wilmar & Franka weten waar ze van houdt: Showblokjes - en menigeen kwam
onverwacht geweldig voor het voetlicht met zang, dans en voordracht. Ja, het
werd weer een nacht om nooit te vergeten. Ik had Raoul Wijsma - derdejaars
Jazz-zang op het conservatorium - gevraagd The more I see you, the more
I want you voor ons te komen zingen. Een toepasselijk lied dat gold voor
ons allen: Yvonne, stralend middelpunt in onze vriendenkring, we love you
. . .
En er volgde een nazit en de volgende dag nog een na het opruimen. Zo is zij,
zo zij het . . . zo zijn wij.
Donderdag 7 april 2011
Yvonne Hillers - Buitenzorg - woensdag 6 april 2011
Ik heb een verrassing
voor haar in petto en er is er maar één die dat weet.
We hebben vanavond voor het eerst weer buiten gegeten in Het Ruige Reetje.
Yvonne had couscous gemaakt met een tahine van kip en wortelen en de benodigde
uitgekiende specerijen, en daarin is zij een Meesteres. Ik heb dit woord nog
zelden gebezigd, noch met een hoofdletter geschreven, maar zij maakt de M
waar, in alle opzichten.
Yvonne is al dertig jaar kleuteronderwijzeres. Ik kan nog veel van haar leren,
en daar gáát vriendschap toch voor een groot deel om. Elkaar
inspireren, kunnen luisteren en alles kunnen zeggen. Dat laatste vind ik het
allerbelangrijkste.
De spirit en het energieke humeur dat ik aan iedere ontmoeting overhoud,
hebben alles te maken met golflengte. Alles is energie, maar die moet wél
bij je passen. Ja, er ís een korte-, middellange-, en langegolf. En
vriendschap is samen alle zeeën kunnen bevaren. 'Energietrillingsgetal'
komt ineens bij mij op. Dat is iets heel anders. Als dat niet klopt, moet
je elkaars gezelschap niet zoeken. Het heeft te maken met levenshouding; het
eerste is variabel.
Ineens besef ik wat mijn vriendin Catherine van Woerden, die ik ken vanaf
mijn achttiende, en mijn laatste liefste vriendin Yvonne Hillers, die mij
na Simons dood opnam in haar vriendenkring, met elkaar gemeen hebben: wij
zijn hartsvriendinnen. De grondslag van diepe verstandhouding ligt in het
boeddhist zijn zonder dat we dat weten of met zoveel woorden benoemen. Eenvoudigweg
omdat wij zijn wie wij zijn, zonder masker, levend vanuit peace of mind,
wij zijn gelukkig met ons zelf en kennen geen afgunst noch jaloezie.
Toen ik Simon eens vertelde over het straalkacheltje dat te dicht bij mijn
blote voet stond - ik was naaktmodel voor schilders in Israël en had
de naam niet meer te bewegen als ik eenmaal stilzat - en dreigde die op korte
termijn te verschroeien, en mijn besluit om die 'warmte' dan maar op te slaan
voor later (rond de jaarwisseling kan het ook daar koud zijn en daar zijn
de huizen niet op ingericht) riep hij uit: 'Maar Edith, jij bent gewoon boeddhist!'
En ik begreep wat hij bedoelde. Dat eigenlijk niets je écht van je
stuk kan brengen, tenzij iets gruwelijks waar je niets aan kunt doen. Het
leven nemen zoals het komt, niet willen sturen maar dat overlaten aan de Voorzienigheid,
omdat je vertrouwt op je eigen keuzes.
Vrijdagavond treed ik op in Lochem, in de schouwburg, alleen. Zaterdagavond gehen wir los . . .

post scriptum
Martijn Steenbergen belde
om 17.00 uur om te zeggen dat de Ode aan Buitenzorg binnen was!
Op zaterdag 16 juli bouwen wij daar een officieel feestje omheen: lang leve
de levenskunstenaar.
In het Simon Vinkenoog Theater bij de Boom, een openluchtjuweeltje op Buitenzorg.
Maandag 4 april 2011

Ik was blij dat ik mijn
agenda volledig had opengehouden voor de vrije zaterdag voorafgaand aan de
grote Nacht. Het schoenenmuseum schoot erbij in en ik werd niet vóór
acht uur verwacht die avond. De briefing was wat chaotisch verlopen, dus van
het dichtersdiner dat om 18.00 uur begon had ik geen weet. Ja, ik was geen
dichter; dat zal het zijn! www.denachtvandepoezie.be
s' Ochtends was ik in het historisch hart van Gent wakkergeworden in het grootste
bed ooit in de art gallery/ guesthouse van Isabelle Onselaere - edelsmit -
en Wouter De Bruycker - voormalig stuurman op de grote vaart en nu succesvol
ondernemer met een zeer goede smaak.
www.art-club.be en www.artgalleryguesthouse.be.
Op de tast had ik 's nachts mijn kamer gevonden - komend uit Harelbeke - nadat
Hilde en Jos Brabants mij voor de deur hadden afgezet met een bosje sleutels.
Daar houd ik van. Niemand hoeft mij te ontvangen en de weg te wijzen; die
wijst zich zelf. Ik was dus aangenaam, ja diep getroffen toen ik de volgende
morgen de enorme verfijning ontwaarde in ieder detail van dit wonderschone
gebouw. De geur van croissants deed mij vanzelf de weg naar de keuken vinden.
Zwaar geïmponeerd daalde ik de trappen af en na een allerhartelijkste
ontvangst door Wouter en Isabelle kon ik mijn vreugde niet op toen ik daar
Gerrit Komrij en zijn vriend Charles Hofman - een rasAm*dammer - aan de ontbijttafel
trof.
Ik informeerde of zij mijn boek hadden ontvangen in Portugal - hadden ze niet,
Ilse! - en na een uiterst genoegelijk samenzijn gingen wij uiteen. Vanuit
mijn kamer had ik al gezien dat de belangrijkste toren van de stad vlakbij
stond, tegen een strakblauwe hemel - ik liep er regelrecht op af: de Sint
Baafskathedraal die mij wederom overdonderde. Ik heb twee kaarsen ontstoken:
één voor het Verleden en één voor de Toekomst
- het Heden is er om te beleven.
Ik ben naar het Lam Gods gaan kijken waaraan ik de mooiste herinneringen bewaar.
Het was één van Simons lievelingsschilderijen, wij hebben het
nog in het 'echt' gezien, er met onze neuzen dicht bovenop gestaan! Nu was
het Lam opgeborgen in een klimatologische kas. Betalen - en dan een ruimte
inkomen waar zo'n tachtig mensen doodstil een koptelefoon aan hun oor gekluisterd
houden. Een bizarre ervaring die diepe stilte. Ook ik was ontroerd.
Eenmaal weer buiten begaf ik mij slenterend door deze schitterende stad, hier
en daar een sigaretje rokend, genietend van de geschiedenis die daar tastbaar
wordt. Ik wilde mijn favoriete kasteel zien, Het Gravensteen, dat mijn fantasie
altijd op hol doet slaan. Ik hóór het hoefgetrappel als ik de
poort betreed.

Hoe vaak ben ik er al niet geweest, maar ik kan er geen genoeg van krijgen. Alle honderdtwintig treden beklommen om uit te zien over de stad waar ik zielsveel van houd: Gent, waar één van Simons beste vrienden woonde, Noud van den Eerenbeemt. Wat hebben wij hier vele sporen liggen - ik voel me hier thuis.

Ja, waarom zou ik mezelf niet eens grondig verwennen, dacht ik, en besloot
een rondvaart te gaan maken. Vanaf het water is een stad immers op haar mooist.
Ik had oesters gezien op een terras aan de Graslei - de allermooiste lei van
de stad - en daar had ik zin in. Glaasje witte wijn kan geen kwaad en dan
kijken naar alle voorbijgangers en verliefde paartjes die zich koesteren in
de zonnestralen.

En terwijl ik daar innig
gelukkig zit te zijn op het terras van Belga Queen, gesitueerd voor een 12de
eeuws monument, hoor ik een stem een hartelijke begroeting uitspreken die
ik in eerste instantie voor mijn buren bedoeld achtte, maar tot mij werd gericht.
En wie staat daar vóór mij: de jongste zoon van vriend Noud,
Raphaël van den Eerenbeemt. Hij was acht jaar toen wij elkaar voor het
eerst ontmoetten. Bestaat toeval? Wij dachten van niet. En toen kon de dag
niet meer stuk.

Hij nam me mee naar het etablissement dat hij binnenkort gaat exploiteren, nu nog De Nauwe Zak geheten, gelegen aan het Anseeleplein vlakbij de Vrijdagmarkt. Het was heerlijk om even met deze jonge man mee te dromen. Hij is goochelaar, van huis uit meegekregen, en wil zijn passie de ruimte geven door een Soirée-Variété te beginnen. Waar de hele stad mee wegloopt, voorspelde ik hem. Ik vond het belangrijk dat hij mijn gastheer Wouter De Bruycker leerde kennen en te zien hoe die met een oud gebouw was omgegaan. Want Raphaël wíst dat de sfeer het allerbelangrijkste is en van Wouter en Isabelle was een heleboel te leren. Een zinvolle ontmoeting volgde, nog een biertje in de zon op de grote binnencourt en daarna naar de Vooruit! Daar was ik in een uitgelaten stemming - niet in het minst vanwege een veelbelovend telefoontje.

Michael Horovitz in Demian, Antwerpen, vrijdag 1 april 2011
Michael Horovitz noemde
het cheerful en zo voelde ik me ook. Ik had er ongelooflijk veel
zin in, verwachtte Niets en Alles, en het werd meer dan dat. Want wat heb
ik een enorm grote, echte vriendenkring in Vlaanderen. En op zo'n feestavond
- 50 dichters en alles daaromheen - zie je ze bijna allemaal!!! Kortom, we
hadden backstage ontzettend veel plezier met z'n allen en in complete euforie
besloot Spinvis
de nacht. www.youtube.com/watch?v=69kW6PD7aC4
Na nog een hevig gesprek met Erik de Jong over verliefdheid besloot ik de
afterparty in een caravan vlakbij te laten voor wat ie was, het liep al tegen
zevenen. Ik was té goed gehumeurd en wilde in deze staat blijven. Blij
aanvaardde ik het aanbod van Juul en de jongens om mij per tomtom naar huis
te brengen, Kwaadham 52, het werd al licht en de vogels zongen.
Woensdag 30 maart 2011
Ik heb een schaamteloos
heerlijk weekend achter de rug - dat op vrijdagmiddag 25 maart begon en maandagnacht
pas was afgelopen. Alle drinkbare wijnen zijn opgedronken, veelal gekregen voor
prestaties-om-niet en opgespaard tot het juiste moment. Nee, ik noem geen namen,
maar we hebben gezongen en gedanst, gekeken en gekoesterd, genoten en beklonken
in grote en in kleine kring. Vrienden - daar gaat het om. Ik heb me in verschillende
settings begeven waar overal iets te vieren was en die me alle even lief zijn;
heel veel waard. Mijn eigen zitkamer staat op eenzame hoogte, heilig, omdat
ik daar slechts diegenen toelaat die ik waarlijk wil zien!
En wat is er dan veel om over na te denken; ik ben een na-genieter pur sang.
Genieten zit in mijn bloed, daar was ik mij al jong van bewust en daar heb ik
mijn hele verdere leven op ingericht.
Vrij zijn. Geen bezittingen - Geen schulden. Leven in het Hier en Nu, zonder
zekerheden.
De luxe positie louter om te gaan met leuke mensen verkies ik boven alles. Daar
kan geen materie tegenop. Luxe zit voor mij in: de tijd aan mijzelf hebben om
te denken, dromen, visualiseren en dan realiseren. Het Haalbare Verlangen, anders
raak je gefrustreerd. Zonde!
Dat ik mijn bezigheden binnenshuis
heb, maakt dat ik weinig mensen zie en soms heel veel.
Zo staat mij aanstaand weekend weer heel veel moois te wachten. In Antwerpen
ga ik vrijdagmiddag bij René Franken de muurschildering van IJsbrant
bewonderen en Michael Horovitz ontmoeten, die in Demian optreedt. Daarna spoed
ik mij naar Harelbeke waar ik zelf in de bibliotheek over Aardse Zekerheden
mag spreken - te weten mijn onblusbare Liefde voor Simon en die van Simon voor
mij - en mijn vrienden Jan van Herreweghe, Jos Brabants en Bert de Keyser weer
zal ontmoeten. Ik heb veel aan hen te danken.

Bert vroeg mij vandaag -
voor een bijzonder schoenenmuseum in the middle of nowhere - het laatste
paar schoenen mee te brengen dat Simon gedragen heeft. Mooie zwarte, ik heb
ze voor hem bewaard, we gaan er samen naartoe. U krijgt van mij de foto's .
. . en dan is het alweer april . . .
Ik mag in een 'herberg' in het hartje van Gent logeren, alwaar de zaterdagavond
gevierd gaat worden in de Vooruit tot diep in de vroege ochtenduren: vijftig
dichters uit Nederland en Vlaanderen zullen zinderen en vlammen op de 5de
Nacht van de Poëzie, opgedragen aan Simon, die in talloze gedaanten
aanwezig zal zijn.
Maandag was ik in Leiden
op bezoek bij beeldhouwer Jeroen Spijker die een buste van Simon maakt voor
de Openbare Bibliotheek in Amsterdam. Op 18 juli mag ik het kunstwerk onthullen.
Nu was mij in het laatste stadium - voordat het naar de bronsgieter gaat - verzocht
mijn ogen de kritische, vrije loop te laten en getuige te zijn van de finishing
touch; daar was ik bij nodig.
Met een vlijmscherp mesje en zijn vrije hand legde hij voor de eeuwigheid vast:
een man om nooit te vergeten. Diep geconcentreerd boetseerde hij van was het
uiterlijk van een innerlijk. Meesterlijk. Dank je, Jeroen!
Donderdag 17 maart 2011

Dit was aan het eind van
de avond, halverwege de nacht. Wat zien we er nog patent uit!
Uitgever Anton Scheepstra uit Groningen was een der laatsten die ik op het
Boekenbal ontmoette. Wij hoefden niet meer 'beschaafd voor te dringen' om
op het Marnixbordes op de foto te mogen: er was bijna niemand meer op die
bovenste verdieping, dus de fotografe/werkstudente deed haar werk met graagte
en legde ons vast . . .
Ik had een verrukkelijke avond gehad maar nog geen pasje gedanst in tegenstelling
tot vorig jaar. Toen rende ik tot drie keer terug naar de bovenzaal waar mijn
favoriete dansmuziek bleef klinken op een bijna uitgestorven dansvloer. Langza